Bewustzijn, spiritualiteit en christen zijn – deel 3: Christen zijn

Johan Bergé
Maart 2021

Deel 3: Christen zijn 2020

Mijn uiteindelijke bedoeling met deze tekst in drie delen is bij te dragen aan een grotere verspreiding van religiositeit in deze samenleving. In dit deel schuif ik een visie naar voor die toont hoe je christen kunt zijn vandaag in overeenstemming met de huidige stand van het wetenschappelijk denken[1]. Er zijn standpunten bij die sommigen tegen de borst zullen stuiten, maar het hoeft niet. Ik ben een zoeker net als jij, beste lezer, laten we samen op zoek gaan en ideeën uitwisselen.

15. Kerstmis 2020

Kerstmis 2020 voelde heel speciaal aan. Al eind november, Sinterklaas was nog niet geweest, veroverde langzaamaan de kerstperiode het straatbeeld met aangepaste etalages en vooral een oase aan licht. Covid-19 wierp zijn schaduw vooruit met een overvloed aan licht en de vele beperkingen. Het was stiller ’s nachts en op het eerste zicht waren er meer tekenen van solidariteit terwijl de kerk en de kerststalromantiek minder uit de verf kwamen. De metafoor van het pasgeboren kerstekind werd overruled door het licht als metafoor voor een vernieuwde start na een moeilijk jaar. Ook in de vele kerstkaartjes en onlinewensen die we mochten ontvangen was, in tegenstelling tot vorige jaren, geen enkele allusie naar het kerstgebeuren. De meeste teksten overstegen de traditionele wensen voor ‘een goede gezondheid’ en hamerden op geloof, hoop of liefde. Vaarwel duisternis, welkom licht – titelde mijn krant – … ook andere religies en culturen hebben de natuurlijke kanteling van donker naar licht aangegrepen om er rituelen van verwachting naar een nieuwe en betere tijd rond te bouwen… want de overgang van duister naar licht heeft op het hedendaagse gemoed hetzelfde effect als in vroegere tijden, al hebben we al lang de verlichting uitgevonden.

Een Vlaamse partijvoorzitter vond het maar normaal dat in de lockdown geen erediensten mochten plaatsvinden, want ook hij kon op vrijdagavond niet zijn religie vieren, het voetbal. In onze kleine kring van Ginkgogroep was de verontwaardiging groot en als reactie zouden we een protest de wereld insturen, maar eens de verontwaardiging voorbij, kwam de ontnuchtering. Natuurlijk kan je religie niet met voetbal vergelijken, laat daar geen twijfel over bestaan. Maar in het mainstream denken is ‘religie’ passé, voorbij, niet omdat mensen geen religieuze gevoelens zouden hebben, integendeel, maar omdat ze niet langer begrijpen wat religie in zijn essentie betekent. Hoe zouden ze het kunnen begrijpen? De populaire etymologie als zou religie van het Latijnse religare afstammen, wat ‘opnieuw verbinden’ betekent, versterkt het misverstand. Al wat verbindend werkt, waaronder voetbal, ‘vervangt’ de traditionele religie en kan ervaren worden als een ‘religieuze’ activiteit. Massabijeenkomsten als zomerfestivals, waar jongeren, zichzelf overstijgend, uit de bol gaan van enthousiasme en trance, lijken religieuze hoogmissen. Daartegenover worden klassieke religies meer en meer aanzien – meestal ten onrechte – als oorzaak van geweld. Wie loopt nog warm voor de Kerk wanneer ze zich meer en meer opsluit in haar eigen grote gelijk met een almaar kleiner wordende kring van gelijkgezinden?

Religieuze, amoureuze en nationalistische gevoelens zijn gelijkaardig aan elkaar, zeer kwetsbaar en makkelijk te manipuleren, maar desondanks zijn religiositeit, liefde en patriottisme te koesteren gevoelens. Onze individualistische samenleving heeft er baat bij en daarom zoeken we hoe ze gepromoot kunnen worden. Moeten we, als mensen gevoelig voor religiositeit, niet stoppen met tegen de maatschappelijke stroom in te roeien en ons met de stroom laten  meedrijven om aan oplossingen te werken? Moeten we niet accepteren dat voetballende politici te goeder trouw zijn en dat voetbal ook een religieuze – zij het een zwakke – dimensie heeft? Staan we niet overdreven op ons grote gelijk door erediensten belangrijker te vinden dan andere evenementen? Natuurlijk kan er meer volk op veilige afstand in de basiliek dan die schamele vijftien[2], maar ook een voetbalstadion is een groot complex. Uiteraard is een religieuze bijeenkomst voor sommige mensen zeer belangrijk – dixit de pastoor van Koekelberg – zo ook voetbal. Laten we deze verloren strijd niet aangaan en de geëvolueerde samenleving aanvaarden zoals zij is en middelen zoeken om zachtjes bij te sturen, zodat ‘het kerstekind niet met het wijwater verdwijnt’, ondergedompeld in een samenleving die vooral steunt op consumptie en een hollende groei-economie.

En de kerststal? Terwijl kerstdag al 2000 jaar oud is, oorspronkelijk gelinkt aan de zonnewende, is de kerststalmetafoor – die 800 jaar oud is – niet essentieel voor de christen. En als ik heel eerlijk wil zijn, amper 50 jaar terug ervaarde ik de kerstromantiek vooral als een adoratie van een goddelijk kind dat ons zou verlossen van onze zonden. De verwijzing naar het licht in de duisternis is er pas gekomen nadat ‘de verlossing van de zonde’ moeilijker aanvaard werd door onze samenleving.

Laten we mee op de kar springen van het licht en de essentie van religie ondersteunen. Tradities komen en gaan. De samenleving evolueert snel. Sommige tradities verdwijnen en na de eerste behoudsgezinde huivering, moeten we toegeven dat het resultaat van het wegdeemsteren van tradities meestal zo slecht niet is. De seksuele bevrijding van de vrouw, het bespreekbaar worden van homoseksualiteit en andere ethische kwesties die de kern van een persoon raken, de evenwaardigheid van vrouwen en mannen, het niet langer stigmatiseren van echtgescheidenen, democratisering van om het even welk machtsgezag. Het krampachtig vasthouden aan vervlogen stromingen maakt de boodschap ongeloofwaardig en is als schieten in eigen voet wanneer je mensen wil overtuigen. Het zou zo jammer zijn dat hiermee ook de krachten verdwijnen die de kostbare religiositeit in een samenleving warm houden.

16. Een integraal functioneren

Deze kerstoverpeinzingen maken duidelijk dat tijd dynamisch werkt en mensen doorheen de tijd anders gaan denken. Ken Wilber ziet een parallel tussen het denken van mensen door de tijd heen en de psychologische  ontwikkeling van een kind tot volwassene[3]. Net zoals de evolutie van kennis en morele ontwikkeling, volgt ook de geloofsgroei of spirituele groei een bewustzijnsontwikkeling. Toch blijven veel mensen – o.a. in godsdiensten – ervan uitgaan dat geloven een statisch gegeven is: je gelooft of je gelooft niet; je staat achter dogma’s of je verwerpt ze. Begrippen zoals erfzonde, verrijzenis, maagdelijke geboorte, … (om het bij christelijke stellingen te houden) zijn voor de moderne mens nog moeilijk toegankelijk, waardoor ze niet langer een zinvolle invloed hebben op het dagelijks functioneren. Ze zijn geformuleerd vanuit een bepaald denkkader, vanuit een ander wereldbeeld, dat gelinkt is aan een mythisch bewustzijnsstadium dat velen van ons in het Westen ontgroeid zijn. Toch kunnen deze formuleringen ook vandaag nog een spirituele betekenis hebben.

Ons denkkader is geëvolueerd van mythisch over rationeel naar pluralistisch en integraal[4]. In een mythische setting heeft men de illusie dat een God of een ander bovennatuurlijk wezen wonderen kan verrichten. Men heeft de overtuiging dat God hier en nu kan interveniëren en de geschiedenis kan veranderen wanneer mensen de juiste rituele praktijken uitvoeren. In godsdiensten worden de basisteksten selectief uitgekozen en krijgen ze het aureool van ‘letterlijk’ te verstaan. Men denkt dualistisch, hemel (met God en al zijn heiligen) en aarde (het tranendal), goed en kwaad, wij en zij. Deze dualiteit zit ingebakken in de mythische samenleving. Mythen hebben een sterke kracht als verklaring voor allerhande fenomenen. Ze geven zin aan het leven en zijn groepsvormend. De helden hebben kracht om te mobiliseren en dynamiseren en hun levenswijze wordt dankbaar nagevolgd. Men is nog deels bijgelovig waarbij voorwerpen bijzondere krachten toebedeeld krijgen. Rituelen (bedevaarten, verschijningen, devotionele praktijken, boeteprocessies) dienen om bescherming te verkrijgen. De eigen clan, groep, partij, religie, … gaat voor.

Met de eeuw van de Verlichting, kwam het idee dat één instantie ons leven niet alomvattend kan domineren. De moderne mens bepaalt zelf zijn ethische normen en vermindert de impact van de Kerk. En zoals alle evoluties zijn daar goede en minder goede kanten aan[5]. Vóór de moderne tijd geloofde men in de Kerk, maar met de moderne tijd worden we rationeel en krijgen we een geloof in een zich ontwikkelende wetenschap. Voor de wetenschap is waar, wat zij in haar experimenten en bij herhaling kan aantonen. We krijgen een explosie van hoogtechnologische ontwikkelingen en een welstand die zijns gelijke nooit gekend heeft. We gaan op reis naar de andere kant van de wereld of surfen gewoon op het internet. De wereld ligt aan onze voeten en wijzelf worden wel oud, maar ons hart blijft jong. De technologie verhoogt ons levenscomfort en de geneeskunde onze levensverwachting.

Het centrale kenmerk van rationeel functioneren is consistentie, vooral in het denken: redeneringen  moeten ‘wetenschappelijk’ kloppen en mogen niet met zichzelf in tegenspraak zijn. De logica in de wiskunde moet dezelfde zijn als die in de fysica en de chemie. Een rationeel functionerende mens gelooft niet, hij weet. En wat hij weet staat los van gelijk welke godsdienstige of seculiere religie. Godsdienstige teksten worden ontmythologiseerd. De letterlijke betekenis van teksten, zoals gebruikelijk in de mythische tijd, krijgen meerlagige betekenissen (symbolisch, metaforisch). Men gaat uit van wetenschappelijk opgebouwde kennis en zoekt ‘bewijzen’ aangaande geloofsovertuigingen.

Zo’n 150 jaar geleden zijn mensen meer en meer pluralistisch gaan functioneren. Vooral in de jaren 60-70 van de 20ste eeuw krijgen we een bredere doorbraak van deze pluralistische houding. Het betreft hier het vermogen om te zien dat er meerdere manieren tegelijk zijn om naar de werkelijkheid te kijken. In dit wereldbeeld wordt de dominantie van de wetenschap aangevallen door te stellen dat haar waarheid relatief is en niet in staat om de ultieme werkelijkheid te ontsluieren. Als men hier doordramt, wat uiteraard niet de bedoeling is, krijgen we een extreem relativisme, waarbij alle overtuigingen als relatief en ‘even waar’ worden gezien, wat kan leiden tot nihilisme, narcisme, ironie en zinloosheid… Kenmerkend voor dit wereldbeeld is dat diverse levensbeschouwingen evenwaardig naast elkaar geplaatst kunnen worden. Men is sterk geïnteresseerd in heelheid, in verzoening en samenbrengen. Dit is niet alleen een passieve tolerantie, maar vaak een actief omarmen van andere levensvisies, ze leren kennen en opnemen in de eigen levensvisie. Het komt vaker voor dat geëngageerde christenen op dit niveau er boeddhistische  ideeën (bv. de kijk op omgaan met lijden) op nahouden. Maar ook sommige atheïsten hebben voeling met spiritualiteit en laten zich ‘religieuze of spirituele atheïsten’ noemen.

Zoals reeds hoger aangehaald, is het niet alleen de tijd die evolueert, maar ook iedere individuele mens moet een parallelle ontwikkeling doorlopen van jongere naar volwassene, van mythisch naar pluraal functioneren. Het stadium waarin je functioneert, geeft de mens de overtuiging van een ‘eigen groot gelijk’. Wanneer je dit inziet als mens en ook respect behoudt voor de anderen in hun stadium, schuif je zelf op van pluraal naar integraal functioneren. Het is pas in het integrale stadium dat de waarde van alle andere stadia erkend wordt. Waarden die als het ware in een grotere context geplaatst worden, waardoor men inzicht krijgt in het proces zelf van de bewustzijnsontwikkeling, wat op zich een complex gegeven is. Niet alle mensen doorlopen de stadia van mythisch, rationeel en pluraal aan hetzelfde ritme. Binnen één en dezelfde persoon zijn niet alle vaardigheden gelijk ontwikkeld. Iemand met een sterk empathisch gevoel kan tezelfdertijd een intelligentie op het mythisch niveau hebben of omgekeerd. Hoe de bewustzijnsontwikkeling ook is, pas in een integraal functionerende samenleving worden mensen als evenwaardig ervaren.

Zoals elk stadium een belangrijke rol te spelen heeft in de menselijke ontwikkeling tot volwassene, zo blijft ook de samenleving evolueren. Niet in het minst door de verdergaande evolutie van de wetenschap[6], waarbij men vragen begint te stellen bij het principe zelf van een eigen groot gelijk. Een doorgedreven respect voor de andere breekt muren af tussen wij en zij: elke mens, in welk stadium hij ook functioneert, wordt gewaardeerd en toch kritisch geëvalueerd. Een christelijke religie in dit eigentijdse stadium staat open voor zowel mythisch, rationeel als pluralistisch geïnspireerde  christenen.  In onze zoektocht hoe dit samengaan mogelijk is, hoe je vandaag, overeenkomstig eigentijdse (wetenschappelijke) kennis en ervaring, doorvoeld christelijk kunt leven, starten we bij belangrijke inzichten uit de twee vorige delen van deze trilogie.

17. Op zoek naar wie christen is

Ik schaar mij achter het standpunt dat mensen van nature goed zijn[7] en door de omstandigheden des levens geblutst en gebuild worden. Daardoor verliezen ze gaandeweg stukken van hun onschuld, hun goedheid en hun diepste zijn. Als reactie ontwikkelen ze een persoonlijkheid om in de samenleving stand te houden, te overleven. Maar wij, en ook de anderen, zijn in wezen niet de persoon die we lijken te zijn. Naar ons diepste zelf kunnen we op zoek gaan en door introspectie de eigen spirituele beleving aan de oppervlakte laten komen. Maar het lukt niet om het diepste wezen van de ander te kennen. Dat kan alleen die ander. Maar wij weten dat ook hij ‘goddelijk’ is, zoals iedereen. Liefde is de kunst en de ervaring het goddelijke bij onszelf en de ander te zien achter het masker van de persoonlijkheid[8] en dàt is niet zo simpel. Het is een vreugdewekkende levenstaak, een opdracht voor al wie functioneert vanuit religiositeit en in casu, voor al wie zich christen noemt.

Geloven is bewust gebruik maken van de spirituele krachten die we als mens bij de conceptie meekrijgen  om onze gebroken van-nature-goed-zijn kwaliteiten terug te vinden als basis voor zelfzorg, zorg voor de ander en voor ‘moeder aarde’. Het is een ‘weten’ dat alles met alles verbonden is, een besef dat gepaard gaat met  gevoelens van verwondering en bewondering voor al wat is. De zorg voor zichzelf, de ander en het milieu, hoe miniem soms ook, is een eigenschap die in iedere mens zit, maar spirituele ontvankelijkheid versterkt enorm het effect. Veel spirituele mensen samen zorgen voor een harmonische(r) samenleving[9].

Maar het zijn niet langer enkel filosofische overpeinzingen. Een aantal recente inzichten uit de huidige wetenschappelijke kennis, met kwantumfysica, evolutiebiologie, kwantumbiologie en sociologie op kop, halen spiritualiteit uit de occulte sfeer en zorgen voor een groeiende wetenschappelijke onderbouwing. Je kunt religiositeit en spiritualiteit niet langer bestempelen als iets achterhaalds of iets naïefs. Blijft de vraag hoe je deze ideeën implementeert in een samenleving waar niet iedereen dezelfde religieuze ervaring heeft, waar niet iedereen over voldoende ervaring beschikt om spiritueel actief te zijn. Wat je primordiaal nodig hebt, is een houding van verwondering die op haar beurt kan leiden tot een religieuze ervaring. Daarnaast helpt het enorm zich te kunnen spiegelen aan een inspirerende figuur en dit vooral is cultureel gebonden. In onze cultuur is de mens Jezus, een religieus genie in zijn tijd, een lichtend voorbeeld. Al wie zich geïnspireerd weet door Jezus van Nazareth als de Christus is een christen, net zoals wie zich geïnspireerd weet door Boeddha zich een boeddhist mag noemen.

18. Mijn christenzijn

Ik vind van mezelf dat ik gelovig ben[10] en ik schrijf mij in de traditie in van het christendom omdat ik er mee opgegroeid ben en mij daar min of meer in thuis voel. Van andere religies heb ik door studie enige notie, maar ik heb ze nooit doorleefd. Het doorleven van een religie is heel belangrijk om te ervaren waar het over gaat. Mijn invulling van de navolging  van Jezus vandaag, kan niet anders dan een strikt subjectief individueel gebeuren zijn, want het is fysiek onmogelijk de waarheid ter zake in pacht te hebben. Hoe je de leer interpreteert, hangt af van welke bronnen je beïnvloeden, van je levenservaring en van je bewustzijnsniveau.

Het leven van Christus heeft mij geïnspireerd en inspireert mij in mijn dagelijks leven, zonder dat ik daar nog bij stilsta. Voor mij is de boodschap heel helder: Heb elkander lief en dat is geen opdracht, maar doe het spontaan, vanuit een grondhouding van religiositeit. Richt je leven zo in, orden je gedachten zo – dat is de opdracht –  dat ‘de ander graag zien’ een vanzelfsprekendheid wordt. Wat daarin helpt, is het idee om zowel bij jezelf als bij de ander achter het masker[11] te kijken om het ‘goddelijke’ in de ander te zien. Oordelen en veroordelen is zo helemaal uit den boze – een heel evangelische quote – en alleen al daarom is het niet aan een ander om te zeggen of ik al dan niet christen ben. Lukt deze houding mij? Af en toe een beetje toch, vind ik.

Christen zijn is dus een levenshouding waar ik moeite voor doe en ‘elkander’ beschouw ik heel ruim tot alle mensen zonder onderscheid (lukt mij zeker niet altijd) en tot de natuur – moeder aarde – en de ganse kosmos. Vanuit een bewondering voor een allesomvattend groter geheel, ervaar ik een dankbaarheid voor al wat is en ben blij er deel van te mogen uitmaken. Een onooglijk klein en onbeduidend deeltje, maar zonder mij is het geheel niet af. Voor mij is belangrijk dat mijn overtuiging een samenhangend verhaal is, waar geen interne tegenstrijdigheden door hersenkronkels moeten beslecht worden[12]. Ik ben een mens en bekijk de werkelijkheid rondom mij met alles wat ik heb aan inzichten en ervaringen van vroeger en nu. Daarbij maak ik geen onderscheid welke observatiemethode ik gebruik. Als ik twee bomen zie, heb ik mijn ogen als zintuig gebruikt en doe ik beroep op mijn wiskundige kennis (het zijn er geen drie) en naargelang mijn gemoedsgesteldheid ben ik verwonderd over de schoonheid, bezorgd om de gezondheidstoestand, ontstemd over het onderhoud enz… Dit alles vormt één grote ervaring, waar ik er niet bij stil sta of ik wiskundige en/of religieuze ervaringen heb. Het is gewoon mijn ervaring en die ervaring komt tot stand door de samenwerking van alle instrumenten die ik in huis heb. Wanneer mijn geloof, ervaringen en inzichten niet consistent zijn, ben ik niet goed bezig.

Met het geloof dat ik hier expliciteer, voldoe ik voor veel mensen niet aan de definitie van christen. Sommige ‘rechtgelovigen’, die vinden dat hun geloof het enige en ware is, zullen mij verketteren omdat ik geen persoonlijk godsbeeld hanteer (zie hfdstk 19 en 20), maar vooral atheïsten aanvaarden niet dat iemand die zich christen noemt, niet het historisch christendom omarmt[13]. Door hun grote overwicht qua filosofische en ethische normering in de Vlaamse media, komen eigentijdse christelijke standpunten derhalve amper uit de verf in Vlaanderen. En toch is dit voor mij wezenlijk.

19. Geloven in God, wat brengt mij dat op?

De vraag die we ons in deze consumptiemaatschappij moeten durven stellen is wat geloven in God ons opbrengt. Worden we daar beter van? Door deze vraag te stellen komt de mens centraal te staan in plaats van God. Door deze vraag stellen, doe ik een poging om door te dringen tot de kern van waar het om gaat. Het lijkt een zinloze vraag omdat we geen vat hebben op het begrip ‘God’. Iedereen geeft zijn eigen invulling aan het woord ‘God’. We kunnen het beter anders formuleren: religiositeit en spiritualiteit[14] integreren in mijn levenshouding, heeft dat zin? Brengt dat iets op? Worden jij en ik daar beter van? Mijn antwoord is een volmondig JA. Er zijn spontane omstandigheden, of ik roep die actief op, waardoor ik mezelf overstijg, waarbij ik even het wel en wee van het dagelijkse leven vergeet en opga in iets dat mijn volle aandacht trekt. Dit is een transcendente ervaring. Sommige mensen benoemen het ‘iets’ dat onze volle aandacht trekt, ‘God’.

De term ‘God’ plaatsen we in deze paragraaf tussen haakjes omdat het niets met de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid te maken heeft, wel met ons voorstellingsvermogen en het laat ons toe gegrepen te worden en taal te geven aan de religieuze ervaring. Het traditionele ‘godsbeeld’ is dit van een almachtige, alwetende, algoede vader die troost en verlichting brengt en ingrijpt in de geschiedenis. Maar het ‘godsbeeld’ kan ook een spectaculaire natuurbeleving zijn of ervaren worden als een stuwende levenskracht, een oerbron of wat dan ook. Opdat het individuele ‘godsbeeld’ effectief zou zijn bij het ‘zichzelf overstijgen’ moet het aangepast zijn aan het eigen bewustzijnsniveau. Het ‘godsbeeld’ is niet alleen een individueel, maar ook een dynamisch gegeven, wat inhoudt dat dezelfde persoon op verschillende ogenblikken een ander ‘godsbeeld’ kan hebben. In de ene situatie kan hij overdonderd worden en kracht vinden in een prachtige zonsondergang, op een ander ogenblik vindt hij rust door inzicht in de complexiteit van het leven of vindt hij troost door zich het goddelijke als een persoon voor te stellen en te vragen of te danken. Door deze ervaringen kunnen we onszelf overstijgen en hebben we de ervaring deel uit te maken van een groter geheel. Dit leidt uiteindelijk tot een grotere draagkracht voor onszelf en mededogen met de omgeving.[15]

20. Naar een integraal functionerend christendom

De oorspronkelijke boodschap van Jezus werd in de loop der eeuwen meer en meer verpakt in een leer met dogma’s die soms haaks stonden op de wetenschappelijke kennis. Er zat wel evolutie in maar de aanpassingen aan een eigentijds wereld- en mensbeeld hinkten voortdurend achterop. Door scholing en internet krijgen meer en meer mensen een grotere kennis van de werkelijkheid en velen haken af van de Kerk, of ontwikkelen een eigen ontvankelijkheid voor hun religiositeit. Ook de spagaat tussen wetenschap en kerkelijk geloof wordt almaar groter en de kerk lost dit op door een tweesporenbeleid te propageren: …de werkelijkheid uit één stuk bestaat, maar dat er twee sporen zijn om ernaar te kijken: het geloof en de rede. En die twee sporen lopen soms parallel, maar soms verschillen ze ook van elkaar. Maar op het einde der tijden komen die sporen bijeen en dan zal je de totale werkelijkheid kunnen zien. Momenteel kan dat niet en is die totale werkelijkheid alleen door God gekend.[16] Wat moet ik daar nu mee? Dergelijke uitspraken zijn zeer speculatief. Het is wel zo dat de werkelijkheid uit meer bestaat dan men wetenschappelijk kan duiden. De meeste aspecten van die werkelijkheid hebben ook een belevingskant, een emotioneel gebeuren, een ervaring voorbij de kennis, en geloof hoort daar zeker bij. Maar ook het emotionele mag niet strijdig zijn met de wetenschappelijke inzichten, waarbij we er rekening mee houden dat de wetenschap evolueert en sommige ervaringen die nu contraintuïtief zijn wel degelijk wetenschappelijk verantwoord kunnen zijn.[17]

Een persoonlijke God stamt uit de mythische tijd en is niet langer geworteld in deze maatschappij. Maar omdat niet alle persoonlijke vaardigheden tot hetzelfde niveau ontwikkeld zijn, blijven sommige rationele mensen een mythisch godsbeeld koesteren. In een toekomstige maatschappij die het integraal stadium bereikt, is het een evidentie dat het koesteren van een mythisch godsbeeld  moet kunnen. Waarom zou een eenvoudige gelovige[18] geen mythisch godsbeeld mogen gebruiken wanneer dit hem helpt om te geloven, om zijn religieuze vaardigheden in zijn leven te incorporeren?

Er zijn ook mensen die wel rationeel denken en toch hetzelfde mythische, persoonlijke godsbeeld gebruiken, maar dan op een metaforische wijze. Zij gebruiken hun sterk ontwikkelde poëtische vaardigheid en zijn gevoelig voor metaforisch denken. Zij bidden tot God als ware het een persoon.

Veel mensen die op het religieuze vlak het mythische stadium voorbij zijn en geen link vinden met een persoonlijk godsbeeld, putten hun overstijgende kracht uit een ontroering met onpersoonlijk karakter met als typevoorbeeld een oogstrelende zonsondergang. Maar ook een intellectueel inzicht, zoals in de fysiologie van de mens of een openbaring in de kwantumfysica kan een diepgaande ontroering veroorzaken. Het belangrijkste is dat deze ontroering, ingeleid door een persoonlijk of abstract ‘godsbeeld’, aanleiding geeft tot het mentaal opgaan in een groter geheel, waarbij het ego (heel even) verdwijnt, waarbij we deel worden van het grote geheel en ons mededogen zich uitstrekt naar alles en iedereen. Zoals vroeger vermeld kan deze individuele eenheidservaring geoefend worden.[19]

Een integraal christendom, anders gezegd, een christendom van deze tijd, verenigt al die mensen met hun individueel godsbeeld in één kerkgemeenschap, met respect voor ieders godsbeeld. Wellicht lijkt dit niet evident, maar het beeld van het goddelijke is niet zo relevant in het beleven van de religiositeit. Trouwens, wie of wat God is, kan niemand voor een ander beslissen. Geen enkele mens kan in volle overtuiging zeker zijn dat zijn godsbeeld het enige juiste is. God is per definitie niet te kennen. Men kan er zich een beeld van vormen voor eigen gebruik, maar het opleggen aan een ander is fundamentalisme. En toch is het zeer zinvol om een kerkgemeenschap uit te bouwen rond een centrale gedachte. Jezus uit Nazareth ligt in onze cultuur en traditie voor de hand. Ik was dan ook zeer verheugd in mijn krant te lezen dat Mgr. Bonny, bisschop van Antwerpen, ‘de figuur van Jezus Christus naar voor brengen, als resterende kerndoelstelling voor de katholieke kerk stelt’.[20]

Vooraleer dit derde deel af te sluiten, wil ik de doelstelling van de drie delen over bewustzijn, spiritualiteit en christen zijn samen brengen.

  1. Religiositeit heeft een belangrijke functie in de draagkracht van mensen en in de harmonieuze verhouding tussen mensen. Ook ongelovigen zijn empathisch en handelen ethisch, maar gelovigen kunnen daarnaast beroep doen op een innerlijke kracht als surplus[21], die zorgt voor mededogen voor henzelf, de mensen rondom hen en ‘moeder aarde’.
  1. Religiositeit kent een basisstructuur en die basisstructuur wordt cultureel ingevuld in godsdiensten en religies die afhankelijk zijn van het heersende wereldbeeld en het bewustzijnsniveau van de gelovigen.
  1. Religiositeit is niet langer een archaïsch en absurd begrip, maar ook volgens de jongste wetenschappelijke inzichten een evolutionair bedoelde werkelijkheid.

21. Een integraal functionerende Kerk

Voor zover ik de blijde boodschap begrijp, heeft Jezus begrip voor iedere mens, van de belastingontvanger tot de overspelige vrouw. De enige uitzondering die hij maakte was voor hen die ervan overtuigd waren dat alleen zij de Schriften juist interpreteerden (de farizeeën) en zij die de tempel misbruikten voor geldgewin. Inhoudelijk verwoordde Jezus zijn overtuiging op het niveau van zijn toehoorder[22]. En zoals hierboven geduid, zijn er vele bewustzijnsniveaus, vandaar de noodzaak aan vele godsbeelden die elk op hun manier een overstijgend effect veroorzaken. Een godsbeeld is cruciaal in de religieuze ervaring, maar welk godsbeeld jou triggert tot transcendentie is strikt individueel en kan dus niet exclusief door een traditie opgedrongen worden. Een integrale kerk is een inclusieve kerk, erkent de verschillende godsbeelden en beschouwt de mensen die ze hanteren als evenwaardig. Dit is geen evidente klus maar kan geklaard worden door de figuur van Christus als spil te promoten waarrond een kerk gebouwd wordt. In de praktijk zal het godsbeeld dat in vieringen gebruikt wordt doorgaans een mythisch antropomorfe figuur zijn, maar rationele en integrale christenen hebben daar geen probleem mee omdat ze de noodzaak ervan beseffen. Om dezelfde reden gaan volwassenen een kleutertaal gebruiken als ze praten tegen kleuters. Een absolute voorwaarde voor een integraal functionerende Kerk is dat voorgangers en kerkleiding besef hebben van de relativiteit van hun eigen individueel godsbeeld en dat van de anderen. Dat ze, met andere woorden, integraal functioneren.

Archaïsche ideeën moeten aangepast worden aan een eigentijds denken om de mensen van vandaag te bereiken. Jezus was voluit mens[23] en is als religieus genie ons voorbeeld. Hij is niet gestorven als zoenoffer om de mensen te verlossen, want mensen zijn van nature goed geboren. Maar hij heeft getoond hoe je moet leven én geloven om gelukkig te zijn: ondanks alles de ‘naasten’ liefhebben, tot zelfs de vijand toe. Wanneer je dit doet terwijl je, al dan niet bewust, beroep doet op een overstijgende religieuze kracht, gaat dit dieper inwerken. Het is niet eenvoudig, vraagt moed, volharding en inzicht en daar zorgt een integraal functionerende Kerk voor, op maat van ieders bewustzijnsniveau. Een integraal functionerende Kerk leidt niet, maar begeleidt[24]. Zij is niet fundamentalistisch omdat ze geen dogma’s heeft[25]. Zij verdedigt de universele verklaring van de rechten van de mens en vertrouwt dezelfde taken toe aan man en vrouw, hetero en om ’t even welke anders geaarde.

Indien mijn Kerk integraal zou functioneren, hoeft de kerststal niet essentieel te zijn, wel hoop, geloof en liefde.

[1] Hiervoor verwijs ik naar de twee eerste delen van deze trilogie, te vinden op deze website.

[2] Ministerieel besluit dd. 6/3/2021 ten gevolge van Covid.

[3] Marc Bittremieux, lid van Ginkgogroep, geeft hieromtrent uitgebreide info in de ondersteunende teksten op deze website: www.ginkgogroep.be/teksten/achtergrondteksten/bewustzijnsontwikkeling/ 

[4] Hierbij sla ik enkele stadia over voor de eenvoud.

[5] Wilber verwijst hier naar de waarde en de waanzin van de moderne tijd en bedoelt met dat laatste de nadelen van de exploderende technologische ontwikkelingen (o.a. de milieuproblematiek).

[6] Zie hiervoor deel 1 en deel 2 van deze trilogie.

[7] Zie hoofdstuk 4 in deel 1

[8] Zie hoofdstuk 6 in deel 1

[9] Deze ideeën zijn filosofische overpeinzingen, die niet alleen, in één of andere vorm, te vinden waren in de meeste oeroude religies en wijsheidstradities maar ook in onze eigen Griekse cultuurgeschiedenis. Denken we maar aan het opschrift boven het orakel van Delfi: ‘Γνωθι σεαυτον, ken jezelf’.

[10] Geloven is het ernstig nemen van religiositeit, spiritualiteit en mystiek, en het in je leven willen integreren. Zie deel 2, hoofdstuk 8.

[11] Zie deel 1, hoofdstuk 6.

[12] Ik alludeer hier voornamelijk op de tegenspraak tussen het lijden en de algoedheid van God, maar ook op het doorstaan van de wetenschappelijke toets.

[13] In 1997 schrijft Prof. Etienne Vermeersch in het boek ‘Van Antigone tot Dolly’ een ‘Kort vertoog van de God van het christendom’. Daarop krijgt hij reactie van Marcel Hulspas als zou Vermeersch’ interpretatie van de bijbel veel letterlijker zijn dan de wetenschap en moderne gelovigen accepteren. Vermeersch reageert daarop (https://skepsis.nl/vermeersch3/) met o.a.:  Ze vinden dat je zomaar een interpretatie van het christendom en een godsbeeld kunt ontwerpen zonder te moeten verduidelijken wat dit met het historische christendom te maken heeft en bovendien zien ze er geen probleem in dat hun inzichten mijlenver afstaan van wat een grote massa van doorsnee gelovigen ook nu nog voor waar aanziet…… Maar de ‘goed geïnformeerde gelovigen’ hoeven blijkbaar geen duidelijk gedefinieerde concepten voor te leggen, ze hoeven niet aan te tonen wat die met het historische christendom te maken hebben: het volstaat dat ze hun allerindividueelste visie christelijk noemen om mijn argumenten te ontkrachten. Dat lijkt mij iets te gemakkelijk.  

[14] Deze woorden worden nogal door elkaar gebruikt en zijn in deze tekst inwisselbaar. Voor een strikte definitie verwijs ik naar deel 2, hoofdstuk 8.

[15] Het artikel ‘Geloven, dé veerkracht in ons leven’ (2017) gaat hier uitgebreid op in. www.ginkgogroep.be/teksten/teksten-ginkgogroep/

[16] Kardinaal Danneels (1939-2019): ‘Over geloof en rede, condooms en televisieprogramma’s’ in het tijdschrift ‘Veto’ (studentenblad KULeuven). www.veto.be/jg29/veto2915/intdanneels.html

[17] Zie hoofdstuk 12 en 13 (deel 2)

[18] Hiermee wordt een gelovige bedoeld die geen beleidsverantwoordelijkheid draagt.

[19] Zie hoofdstuk 9 (deel 2)

[20] De standaard 20/02/2021

[21] Het gebruik van religiositeit in het dagelijks leven is geen exclusiviteit van christenen. Ook mensen die zichzelf uitdrukkelijk atheïstisch noemen, omdat ze zich bijvoorbeeld willen afzetten tegen de Kerk, kunnen voluit religieus leven. Daarenboven hebben alle mensen die innerlijke kracht in zich. Het komt erop aan hem te ontwikkelen.  

[22] Je zou de verschillende godsbeelden ruwweg kunnen indelen in antropomorfe en niet-antropomorfe. Volgens de (apocriefe) evangelies was deze tweedeling ook aanwezig bij de leerlingen van Jezus. In het evangelie van Thomas en Maria-Magdalena wordt een eerder niet-antropomorf beeld gehanteerd. (antropomorf betekent etymologisch: de voorstelling van goden als menselijke personen).

[23] Jezus als God werd na heftige strijd binnen de kerk beslist in de vierde eeuw.

[24] Een analoge uitspraak: Quand l’église ne sert pas, elle ne sert à rien. Dixit Mgr. Gaillot (°1935), gewezen bisschop van Evreux (F).

[25] Ze gaat ook voorbij aan het wetenschappelijk fundamentalisme dat stoelt op een reductionistische fysica.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan gaat u akkoord met deze instellingen.

Sluiten