HOOGLIED VAN DE KLEINE GOEDHEID – naar woorden van E. Levinas, Roger Burggraeve, Ab Kalshoven

 

Wat is toch die ‘kleine goedheid’ waarover Emmanuel Levinas het heeft. Een begrip dat Roger Burggraeve uitwerkt in zijn boek ‘Geen toekomst zonder kleine goedheid’ en er in dat boek in het laatste hoofdstuk een orgelpunt van maakt.

Levinas laat zich inspireren door de Vasili Grossman’s boek ‘Leven en lot’. Een in zeker opzicht spectaculair voorbeeld, als de samenleving zichzelf kwijt is, gaat in zijn absurditeit, ongeveer zo[1]:

De Duitsers zijn verslagen, Stalingrad is bevrijd en de Duitse gevangenen worden gedwongen om de lijken van gesneuvelde en gemartelde Russen, die de Duitsers in de kelders van de Gestapo hadden gedumpt, naar boven te halen en te begraven. Talrijke bewoners van Stalingrad kijken toe, met afgrijzen en met een zakdoek voor hun mond, omwille van de verschrikkelijke stank die bij het bovenhalen van de half vergane lijken uit de kelders opwalmt. Allen schimpen en vloeken. Niet om aan te zien, blijven ze toch kijken.

Onder de toeschouwers springt een oude vrouw in het oog, want zij is nog kwaadaardiger dan de anderen: ze scheldt, schreeuwt en schopt tegen de haveloze Duitse soldaten op. Het wrede oude vrouwtje spaart haar woede niet… Maar plots valt ze stil. Ze loopt naar een jonge Duitse soldaat aan de overkant van de straat, zeker geen achttien, die bezwijkt onder de last van de lijken die hij moet torsen. De oude vrouw, de meest kwaadaardige en ongelukkige, haalt een stuk brood uit haar zak en geeft het aan de jonge soldaat. Ze gaat weer aan de kant staan. Ze geeft geen schreeuw meer. Er klinkt stilte.

Deze situatieschets is extreem. Levinas schetst zijn filosofische ideeën vaak tegen de achtergrond van het hitlerisme en stalinisme. We komen zulke kleine goedheid niet in ons alledaagse leven tegen. Maar ook wij maken mee dat ons leven wel eens wankelt en er iets gebeurt van van goedheid spreekt. Als bv. in een pestsituatie iemand zijn nek uitsteekt – zij het eenmalig – en protesteert, of iemand die onvermoed, onverwacht, verzet toont, met risico voor zichzelf. Als het leven wankelt, als mens of samenleving zichzelf kwijt zijn, gebeurt onverwacht her of der een daad van kleine goedheid. Misschien heb je het zelf als eens meegemaakt … of zelf gedaan …

Onlangs hoorde ik het volgende voorval:

Midden in Gent laadt Ria haar auto uit. Een vrachtwagen rijdt tegen haar openstaande portier. De chauffeur, en ook anderen, rijden gewoon verder. Maar een Roemeen (zo blijkt achteraf) springt op zijn fiets, filmt de nummerplaat en de rechtervoorkant van de vrachtwagen. Hij laat dit zien aan de chauffeur. Daarna fietst hij terug naar Ria en blijft bij haar tot de politie er is. Zijn getuigenis maakt haar verhaal van het voorval sterk. Als Ria het voorval vertelt, voel je de onthutsing voor zoveel blijk van solidariteit van een ‘vreemde man’.

Eigenlijk mag je over zulke ‘kleine goedheid’ niet spreken, zeker niet preken, ze niet te veel publiek maken, want dan wordt ze ontdaan van haar eenmalige kleinheid. Door er over te schrijven bezondigen Levinas, Burggraeve en nu ook wijzelf ons aan de vraag om de ‘kleine goedheid’ niet te promoten of in de kijker te stellen. Toch willen we ernaar wijzen. Daartoe moeten we er dus toch wel iets over ‘mogen’ zeggen. Maar laten we alleszins niet teveel over de kleine goedheid preken en zeker vermijden ze ethisch in een systeem binnen te halen.

Het meest menselijke van de mens is dat mensen dingen doen die je niet verwacht en niet mag verwachten. Maar het gebeurt. Onvoorzien. Het breekt door. De kleine goedheid hoort niet bij een ethisch systeem. Het onderstaande hooglied mag dus gezongen noch voorgelezen worden. Het wordt enkel in anonimiteit gedaan.

[1] Naverteld, aan de hand van ‘Geen toekomst zonder kleine goedheid’, blz. 254.

HOOGLIED VAN DE KLEINE GOEDHEID

Als het leven wankelt is het enige wat levendig overeind blijft de kleine goedheid van het dagelijkse leven.

Zij is de hoop zonder belofte, als verzet tegen overweldiging, soms tegen de wanhoop in.

De kleine goedheid handelt zonder getuigen, zonder triomf. Ze stelt zich niet in de schijnwerper, roept niet om aandacht.

Zij gebeurt onooglijk en onopvallend, eenmalig en terloops, plots doorbrekend in het alledaagse.

Zij is welwillend weldadig en nooit onverschillig als het leven wankelt. In haar nabijheid verstomt het brute schreeuwen.

 

Zij is spontaan gratuit, genereus maar niet koopbaar.

Zij eist geen tegenprestatie, stelt geen voorwaarden, is niet afhankelijk van waardering, is ongehinderd door afkomst, kleur of rang, door vooroordeel of levensvisie.

Zij kan niet opgelegd worden of verplicht vanuit een ethisch systeem. Haar aanpraten doet haar teniet.

Ze is aanwezig als ontreddering de kop op steekt, plots daar in iemands doen of laten, op het randje zinloos.
Haar zachte koppigheid forceert niets of niemand.

 

Zij is onvermogend en fragiel, maar ze laat zich door het kwade niet opzij zetten.

De kleine goedheid staat altijd weer recht, als licht dat doorpriemt in de barsten van het leven, onooglijk soms, een moment van dooi in de ijzigheid van verbetenheid en verwording.

De kleine goedheid overwint nooit, maar wordt wonderwel ook nooit overwonnen.

Als het leven wankelt bewijst zij dat er altijd nog een later woord is.

 

De kleine goedheid is het meest menselijke in de mens, als een wonderlijke – spirituele – kracht in het alledaagse leven.

 

MB

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan gaat u akkoord met deze instellingen.

Sluiten