Waarom we religie hard nodig hebben in onze samenleving

Johan Bergé
Januari 2019

Deze tekst is geschreven als voordracht voor Rotaryclub Oudenaarde op 29/11/2018

De Nederlandse journaliste Yvonne Zonderop heeft recent een boek geschreven en daar staat volgende zin in: ‘Het idee heeft postgevat dat wie vandaag ter kerke gaat zijn  verstand aan de voordeur heeft ingeleverd.’[i] Met deze zin wordt een mainstream-denken vertolkt in onze westerse samenleving en dit idee wil ik hier vandaag counteren. Ik wil jullie er namelijk van overtuigen dat religie opnieuw in de publieke ruimte moet komen als iets waardevols; dat we vandaag religie hard nodig hebben, want religie gaat niet in de eerste plaats over God, maar wel over de mens, over zijn innerlijke kant, over hoe hij zin kan geven aan zijn leven, ondanks de tegenslagen die we allemaal hebben. Maar vooral gaat het bij religie onrechtstreeks over hoe je mensen vredelievend en met respect voor elkaar laat samenleven.

Probleem is dat als je met iemand praat over religie of over God, je nooit kan weten wat de ander nu juist bedoelt als hij het woord religie of God in de mond neemt. Zo blijven we maar naast elkaar praten. Het heeft geen zin om te blijven discuteren over woorden die blijkbaar niet afgelijnd kunnen worden. Beter is gaan kijken wat de religieuze praktijk met de mens doet. Hoe het mechanisme in elkaar zit waardoor mensen zichzelf kunnen overstijgen.

We gaan het dus hebben over de religieuze ervaring en om te duiden wat een religieuze ervaring is, ga ik een persoonlijk verhaal vertellen. Na mijn studies, jaren geleden, ben ik in Corsica een diepzeeduikkamp gaan volgen. Het was voor mij een zware fysieke ervaring, het deugddoende gevoel van fysiek tot de limieten te  gaan. Het was ook een groepsgevoel, dat hechter en hechter werd naarmate de dagen vorderden. Dat was schitterend, het deed deugd, het kon niet beter. De accommodatie was zeer rudimentair. De maaltijden werden geserveerd bovenop een bunker, een terras met zicht op zee. Eén van de laatste avonden, mooi weer, wijntje gedronken, allemaal jonge mensen, een uitgelaten sfeer en uiteindelijk een prachtige ondergaande zon. Het werd plots stil. Zonder dat het afgesproken was, stond iedereen recht en ging tegen de reling staan. Minutenlang, zo voelde dat toch, stonden we daar met open mond in bewondering voor een overdonderend schouwspel. Wow. Het groepsgevoel, het samenhorigheidsgevoel breidde zich uit naar alles en iedereen. Een moment van totale eenheid met alles, de ganse kosmos. Het gevoel van erbij te horen, van het ondergaan van een krachtig gebeuren. Het ervaren van een diep vredig moment. Ik kan het niet beter verwoorden want woorden schieten hier te kort.

Allemaal hebben we al min of meer iets in die aard meegemaakt. Een ervaring waarbij gedurende een kort moment de tijd stil staat en je volledig opgaat in de ervaring. Op zo’n moment gebeurt er iets in ons lijf waardoor we een gevoel krijgen van één worden met wat ons bewustzijn binnen komt. Een gelijkaardige ervaring kan je hebben bij een ‘coup de foudre’, een verliefdheid die je heftig overvalt. Zowel de religieuze ervaring als de ‘coup de foudre’ brengen gelijklopende hersenprocessen op gang[ii]. Ben je smoorverliefd, dan slaan je hersenen op hol en gieren er hormonen door je lijf. Je krijgt een gevoel van één worden met je partner. Op dat ogenblik is er niets anders meer dat bestaat. Het resultaat is een intens gevoel van diepgaand geluk en geborgenheid. Bij een religieuze ervaring is het niet de partner die je bewustzijn binnenkomt, maar iets anders en dat kan heel divers zijn: muziek, een ingrijpende gebeurtenis of de herinnering eraan, wierook, een fysieke inspanning, een zonsondergang. De wow is er niet altijd, maar het kan gebeuren. Het is een ervaring van diepgaand geluk en geborgenheid dat het gevoel of het inzicht kan geven dat het leven goed is. Goed is een te zwak woord. Ik zou hier goddelijk willen gebruiken, als iets wat ons voorstellingsvermogen overstijgt.

Bij een religieuze ervaring gebeurt er iets buiten ons waardoor we gegrepen worden, waardoor we  innerlijk geroerd worden en daardoor beginnen we te resoneren met dat iets buiten ons. Er is een wisselwerking. Ik kan  zodanig gegrepen zijn dat ik mezelf vergeet en volledig opga in datgene wat mijn bewustzijn binnenkomt. Daardoor zijn we geneigd om minder met onszelf bezig te zijn en mee te voelen met een groter geheel. Zowel met het grote geheel an sich, als met ieder onderdeeltje van dat geheel. Als iemand pijn heeft, herken ik die pijn. Als iemand verdriet heeft of blij is, ervaar ik dat ook in mezelf. Empathie, meevoelen. In religieuze termen hebben we het over mededogen.  Mededogen is het tegenovergestelde van meedogenloos, we voelen allemaal perfect aan wat meedogenloos betekent als iets wat uit ons komt en waar geen rem op staat. Mededogen is het tegenovergestelde en ook een spontaan gebeuren, maar je kan de intensiteit en de frequentie vergroten door te oefenen, zodat het op den duur een levenshouding wordt.

Wellicht hebben we het mechanisme van mededogen in de loop van de evolutie ontwikkeld als tegenpool voor een ander instinct, namelijk egocentrisch denken en handelen[1]. Ik heb dit het jachtinstinct genoemd. Als mensen zijn we geprogrammeerd om te overleven, om voedsel te bemachtigen, om ons voort te planten, om onze kroost te beschermen. Ook die kracht die diep in ons zit om in onze basisbehoeften te voorzien is genetisch aangelegd en kan door oefening aangescherpt worden. En nadat onze basisbehoeften vervuld zijn, gaan we met diezelfde kracht voor ons comfort zorgen. We bouwen mooie huizen; we verplaatsen ons over grote afstand; we proberen ons onderwijs te verbeteren; we ontwikkelen een adequate geneeskunde enz.. Allemaal zaken die ego-centrisch zijn, ik-gericht, en daar is niets verkeerd mee, integendeel, het zit in onze genen en we hebben het nodig om te kunnen leven. Alleen, als daar geen rem op staat, op het ego-centrische, dan bijten we elkaar de kop af. Dan voeren we zo nodig oorlog om onze levenskwaliteit te behouden. Daar waar de religieuze aanleg een  gerichtheid is op de andere, gaat het hier om een gerichtheid op onszelf of op onze groep, onze club, onze natie. Het wordt een accentueren van wij tegenover zij. We kunnen best wat meer religie gebruiken in onze samenleving om een beter evenwicht te vinden tussen het agressieve aspect van het ego en het vredelievende effect van het loslaten van het ego ten voordele van het geheel.

Het op deze manier benaderen van geloof/religie/God is niet deze waar de meeste mensen spontaan aan denken. Eigentijds geloven is een pragmatische manier van geloven. Heel belangrijk is dat wat je vanuit de ervaring gelooft én aansluiting vindt bij de traditie én niet in tegenspraak is met de wetenschappelijke  kennis van het ogenblik. Maar even belangrijk is dat het geloof functioneert, dat het werkt, dat het mensen zin geeft in het leven en hen zo gelukkig maakt. Pragmatisch geloven dus.  Wat wij klassiek onder ‘geloven’ begrijpen, waarmee wij opgegroeid zijn, is dat er een persoonlijke God bestaat die de wereld geschapen heeft en die kan ingrijpen in zijn schepping. Op bevel van God – het is dus een opdracht – zal je hem eren en heb je je naaste lief. En als je het goed doet volgt de beloning. Het eeuwig leven in de hemel of 70 maagden in het paradijs[2].

Deze manier van geloven wordt ‘theïsme’ genoemd. Wie niet gelooft als een theïst is een atheïst. Pragmatisch geloven is dus letterlijk een vorm van atheïsme, maar ik voel mij geen atheïst, wel een religieus bewogen mens en daarom wil ik mij geen atheïst noemen. En dan kan je andere woorden gebruiken zoals pragmatisch gelovige, seculier gelovige of seculiere christen. Anderen, met dezelfde overtuiging als ik, noemen zichzelf wel atheïst, met name ‘religieus atheïst’, omdat zij de nadruk willen leggen op het feit dat ze niet kerks geloven. Die woordkeuze gaat gepaard met nogal wat emoties en dat blijft telkens voor verwarring zorgen.

Het theïsme vertolkt zich in een godsdienst met dogma’s – stellingen die je moet geloven – en daarom heb ik het over dogmatisch geloven enerzijds en pragmatisch geloven anderzijds. Maar ze komen allebei samen voor in iedere grote religie en de ene manier van geloven is niet beter dan de andere, als het maar werkt, als je maar door te geloven je draagkracht in het leven kunt vergroten. Het is ook niet zo dat je ofwel pragmatisch gelooft ofwel dogmatisch. Het vloeit in elkaar over. De religieuze ervaring is een gevoelskwestie én een kwestie van inzicht en beiden, gevoel en inzicht fluctueren in de tijd. Hoe meer je via de religieuze ervaring in staat bent het ego te overstijgen – en dat is een aanleg die je kunt oefenen – hoe meer je op dat ogenblik het dogmatisme kunt verlaten en opschuiven naar de pragmatische kant. Het interessante van dit alles is dat pragmatisch geloven beter bij de tijdsgeest past dan het dogmatische.

Het overstijgen van het ego kan je dus oefenen en dit gebeurt met methodes die alle religies al eeuwenlang toepassen en daarom mogen religies ook niet uit de publieke sfeer verdwijnen, want enkel zo krijgen we wijze mensen die de kunst verstaan een gezonde mix te creëren tussen het belang van het individu en het belang van het geheel. Egocentrisme is belangrijk om vooruit te gaan met de wereld, maar religie moet gekoesterd worden in de samenleving om die vooruitgang harmonisch te laten verlopen.

Naast de pragmatische en de dogmatische gelovigen heb je de onwetende gelovigen, ze weten niet dat ze geloven of waarin ze geloven. Zij hebben wel een besef van iets dat hen overstijgt, zonder dat ze er iets kunnen mee doen. Zij worden nogal eens ‘ietsisten’ genoemd. Ze hebben geen kennis van een religieuze praktijk, maar mochten ze dit wel hebben, zouden ze aan levensgeluk kunnen winnen en, in moeilijke tijden, meer draagkracht kunnen ontwikkelen. Maar de weg gaan vraagt inspanning. Je verstand ontwikkelen vraagt ook inspanning. Muziek spelen ook, net zoals voetballen.

En dan zijn er nog diegene die virulent tegen iedere vorm van geloven zijn. Ik noem hen de  dogmatische atheïsten omdat ze zich fixeren op het geloof van de theïsten. Zij gaan bewust voorbij aan het pragmatische geloof alhoewel ze heel goed weten dat het bestaat. Maar de irrationaliteit van het dogmatische is een gemakkelijker schietschijf. Vooral mensen met een militant vrijzinnig profiel zijn en waren daarmee bezig. Zij voeren een ideologische strijd en beïnvloeden in hoge mate de publieke opinie. Meer en meer mensen met deze ideeën overspoelen Vlaanderen en dat is één van de redenen waarom religie uit de publieke ruimte geweerd wordt.

Deze schematische opsomming van soorten gelovigen heeft het nadeel van schema’s: het klopt niet. Het is een methode om iets uit te leggen. Met schema’s deel je complexe situaties op in deelsituaties die je helpen iets uit te leggen, maar de praktijk zit ingewikkelder in elkaar. Je kan het ene moment een dogmatische atheïst zijn en op een ander ogenblik een religieuze atheïst of een ietsist. Dit naargelang de omstandigheden en  de eigen gemoedstoestand van het ogenblik. In de praktijk vloeit alles in elkaar over. Mensen zijn niet strikt in hokjes te vatten, gelukkig maar.

We hebben het vooral gehad over de impact van religie op een samenleving en minder over de weldaden van religie voor het individu. Deze weldaden zijn er zonder twijfel, maar vallen buiten het onderwerp. Wel wil ik kort nog iets zeggen over de perceptie van religie als oorzaak van oorlog en geweld. Er wordt geweld gepleegd in naam van God en dit is een niet te onderschatten probleem. Maar dit geweld is niet gelinkt aan de basisstructuur van religie, wel aan de vervorming die wereldlijke en kerkelijke leiders van die basisstructuur maken om hun gezag te vestigen. Ook religie is een al te menselijk gegeven met alle nefaste gevolgen vandien en religieuze gevoelens, net als amoureuze gevoelens zijn o zo makkelijk te manipuleren. Vandaar dat om het even welke religie gewelddadige accenten meesleurt, wat een niet te onderschatten maatschappelijk probleem veroorzaakt. Gelijklopend is er een tweede perceptie die ons opgedrongen wordt: wij hebben de goeie godsdienst, zij de gewelddadige. Nochtans, door de eeuwen heen, is de christelijke beschaving in zijn totaliteit, de gewelddadigste geweest. En als je de oorzaak van terreur in cijfers brengt, dan zie je dat dit in Europa tussen 2012 en 2015 vooral als separatistisch kan bestempeld worden en in tweede instantie het extreem links geweld is. Het is pas in 2015 dat we, met de Bataclan in Parijs, echt van een religieuze factor kunnen spreken als duiding voor geweld[3]. Wat niet belet dat ook religieus geweld een reuzengroot probleem blijft.

Laat mij toe even te resumeren. Religie bevordert een gerichtheid van de mens op de andere en dient in onze samenleving als tegenpool voor het gericht zijn op zichzelf, wat voor de noodzakelijke vooruitgang zorgt, maar onvermijdelijk een grote belasting legt op het welzijn. We hebben allemaal de menselijke eigenschap om op de ander gericht te zijn, maar we nemen de tijd niet langer om die menselijke gave verder te ontwikkelen. Wat we nodig hebben, zijn mensen die de kunst verstaan om voor zichzelf het evenwicht te vinden tussen het agressieve van het ego enerzijds en anderzijds de mildheid van een empathie voor al wat ons omringt, zowel voor de andere mensen als voor onze planeet. Zo brengen we het hart in de samenleving. Wanneer we religie enkel als een privéaangelegenheid zien en wegstoppen achter de voordeur of wanneer we het rationele als enige leidraad nemen, verdwijnt langzaam maar zeker ook het hart uit de samenleving.

Hebben mensen die ter kerke gaan hun verstand aan de voordeur ingeleverd? Ja, voor een deel wel. Gelukkig maar, want er is meer in ’t leven dan alleen verstand.

—————————————————

[1] Evenwichten in ons lichaam worden nogal eens opgebouwd door het afwisselend voorkomen van processen met tegengestelde werking. Een typevoorbeeld is het sympathisch en parasympathisch zenuwstelsel. Het ene zorgt voor actie en het ander voor rust.

[2] De 70 maagden in het paradijs zijn er blijkbaar gekomen door een verkeerde vertaling van de koran. Het gaat om 70 druiven die getuigen van een ongekende welstand in een door hitte verschroeid woestijnlandschap waar geen druivelaars kunnen groeien. Vergelijk met onze rijstpap met gouden lepeltjes.

[3] Dit blijkt uit de politierapporten van Interpol (European Police Office, TE-SAT, 2012-2015)

[i] Zonderop Y., (2018) Ongelofelijk, over de verrassende comeback van religie,  Prometheus Amsterdam, pag. 23

[ii] Newberg A. en D’Aquili E., (2002) Waarom God niet verdwijnt, de neurologie van mystieke en religieuze ervaringen. Het Spectrum.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan gaat u akkoord met deze instellingen.

Sluiten