Roeping in seculier-levensbeschouwelijk perspectief

Roeping in seculier levensbeschouwelijk perspectief
Marc Bittremieux
april 2018

Wat is de zin van mijn bestaan?


Een conceptueel antwoord voldoet niet.

Net als hoop, ergernis, mededogen is ‘absurditeit’ een effect van ons zelfbewustzijn.


‘Spiritualiteit’ kan een antwoord zijn op het besef van absurditeit.

Zin-geving draagt in zich de betekenis dat elke mens voor zichzelf bepaalt wat zinvol is.

Een koan is een ‘schijnbaar mentaal raadsel’ dat je niet met een redenering kan begrijpen, maar wel door een levensverhaal te vertellen.



Wat is het geluid van één klappende hand?

Het geraas en gedaas van het leven, de nooit stilstaande mallemolen rondom ons en in ons hoofd.

Als je dan stil wordt, in een meditatief moment, dan kan je beseffen dat hier je roeping kàn liggen.

Het gaat niet zozeer om zin-GEViNG, maar veeleer om zin-VINDING. We treffen zin aan, maar we moeten het wel ‘zien’.

Zin-VINDING kan je ook jouw ‘Bevel des hemels’ noemen…:

– een bevel dat over jou komt
– dat door jou gedaan wordt
– voor ….

Eén van de meest gestelde vragen in het leven van mensen sinds mensenheugenis is: ‘Wat is de zin van mijn leven? – Waartoe dient dit alles? – Is mijn leven de moeite waard?’ Maar heeft iemand al een afdoend antwoord gevonden? Ik bedoel: voor iedereen herkenbaar en door iedereen te beamen? Wat de ene zegt als zin voor haar of hem is niet zomaar overdraagbaar op een ander – meer zelfs: wat vandaag voor mij zinnig ervaren wordt, kan mij morgen verweesd naar mezelf doen kijken.

Hoe komt dat?

Sinds de Verlichting willen wij allen een conceptueel[a] antwoord op onze grote levensvragen alsof levensvragen hetzelfde zijn als de vragen die in de positieve wetenschappen gesteld worden. Dat wil zeggen: we willen op de levensvragen ook een begrijpelijk en rationeel onderbouwd antwoord. We willen logisch, dwingend redeneren om een ‘zekerheid-gevend’ antwoord op de vraag naar de zin van het leven te kunnen formuleren. Wij willen waarheid vinden omtrent deze vragen. Wel, mijn conclusie is: daar zullen we nooit in lukken… omdat deze vragen van een andere orde zijn dan de vragen in de wetenschap.

En wellicht zit hier het kernprobleem van de vraag naar zin van alles: kunnen we immers wel al redenerend een conceptueel antwoord geven? Als we dat toch proberen te doen dan komen wij o.a. in het existentialisme van de Franse filosoof Sartre terecht. Sartre besluit dat bij opmaken van de balans van het leven het leven ‘nausée’ (walging) is. Bij velen die zo reflecteren mondt uiteindelijk alles uit in het besef van ‘absurditeit’, zinloosheid. Het evolutionair proces van de kosmos resulteert bij de mensen in bewustzijn en zelfbewustzijn. Dit laatste betekent dat wij een meta-positie kunnen innemen ten aanzien van ons eigen bestaan. We kunnen onszelf beschouwen, ons in onze context zien, onze situatie vergelijken tegenover anderen, en zo de eigen ‘positie’ in ogenschouw nemen. Vanuit deze meta-positie, of anders gezegd, vanuit dit zelfbewustzijn, ontwikkelt de mens houdingen zoals hoop, ergernis,
verontwaardiging, wroeging, fierheid, generositeit, mededogen, verdraagzaamheid, enz.
Maar ook het besef van absurditeit is een effect van ons zelfbewustzijn. In onze westers-liberale maatschappij blijven velen steken, vergetend of wegwuivend dat er ook nog een antwoord bestaat op dat besef van absurditeit bestaat, nl. spiritualiteit[b]Ook spiritualiteit is een besef van datzelfde zelfbewustzijn. Maar dit antwoord
is niet wetenschappelijk kenbaar en bewijsbaar. 
Toch zijn er ook heel wat westerse nadenkende mensen die wèl die stap zetten voorbij de rationele conclusie dat alles absurd is. En dan rest de vraag: wat bezielt hen om dàt te doen? Waarom willen zij zichzelf ontplooien en zelfs méér dan zelfontplooiing bereiken door verder te streven naar zelfveredeling [c] waardoor ze een bijdrage willen leveren aan een betere samenleving?

‘Zin-GEVING’

Het is het woord ‘zin-GEVING’ dat ons in onze reflectie op de zin van het leven eigenlijk op het verkeerde spoor zet: het lijkt dat we – elk voor zich – zelf wel kunnen vastleggen wat zinvol is: een eigen actieve daad of beslissing. Maar dat leidt meermaals tot een leven dat iets mist. Met ons redenerend vermogen grijpen wij graag de werkelijkheid, manipuleren we ze en we kleven er dan labels op alsof deze labels de grote waarheid van ons leven zijn. Meermaals is dat echter – wat ik noem – een gelogen waarheid.  Zin-GEVING, vanuit het perspectief waarin een mens zelf bepaalt wat voor haar of hem zinvol is, is natuurlijk een reactie op de zin-AANREIKING die we als ‘dè Waarheid’ vanuit ideologieën voorgekauwd opgelegd krijgen. Die zin-aanreiking treffen we aan in godsdiensten, in politieke partijen, in genootschappen, … Op zich is daar niets mis mee zolang het geen àbsolute waarheid wordt – verplicht aan te nemen ook als het onredelijk is en die zogenaamde waarheid strijdelementen bevat tegenover andersdenkenden (hetgeen net het kenmerk van een ideologie is). Al die claims tot waarheid vormen op zich elk wel een deel of een aspect van de waarheid, wellicht het beluisteren waard, maar evenzeer, in hun reductie en hun eenzijdige focus, kritisch te benaderen. Enkele voorbeeld: de mens is een sociaal wezen, maar is ook vrijheidslievend en streeft naar autonomie, de mens is ook een seksueel wezen, een emotioneel wezen, ook een economisch en een ecologisch wezen, enz… maar als één van die aspecten alle andere verdringt vervallen we in een ideologie [d].   

‘Roeping’

Daarom wil ik hier een andere weg uittekenen, die ons volgens mij dichter bij een leefbare betekenis van ROEPING voor iedereen zal brengen.

Laat mij daartoe als opstap de opvoedingswijze in een aantal boeddhistische kloosters schetsen bij de opleiding van jonge monniken. Leerlingen in die kloosters krijgen koans voorgelegd. Een koan kan je definiëren als een ‘schijnbaar mentaal raadsel’, of een op het eerste zicht rationele uitspraak die niet met een redenering begrepen of aangetoond kan worden, maar enkel geïllustreerd kan worden door een levensverhaal, een persoonlijke beleving, te vertellen. Er wordt dus bij een koan geen rationele uitleg verwacht.

Enkele voorbeelden van koans. Soms is het een vraag, soms een uitspraak, soms een verhaal …: Wat is het geluid van één klappende hand?‘; Waar het valt daar ligt het‘; ‘Waar je gaat daar ben je’.

Zo ook is volgens mij de vraag: ‘Wat is de zin van het leven?’ een koan. Dus een schijnbaar mentaal raadsel, waarbij we telkens weer geneigd zijn te redeneren om het ‘ware’ antwoord te vinden en het zodoende dus nooit zullen vinden.

Laat me het uitleggen.

Als ik in de klas bij de laatstejaars van het middelbaar onderwijs de vraag stel: ‘wat is het geluid van één klappende hand’, dan zijn de reacties bijna altijd: men wuift met een hand, of men slaat de vingers van één hand in de handpalm van dezelfde hand, of men spreekt van luchtverplaatsing,  ‘trilling’, geluidsgolven… Dat is nu net wat je met een koan niet mag doen: rationeel zijn, wetenschappelijk zijn… Een koan[e] verwacht een ander taalspel. En dan vertel ik een verhaal uit mijn leven. Ik vat het hier kort samen.

Op een zondagnamiddag iets voor 17 uur werd ik opgebeld door een secretariaatsmedewerker van de school met de vraag het radionieuws te beluisteren. Dit is zeer uitzonderlijk en ongewoon. Het bericht op de radio ging over een ongeval in een naburige gemeente van de school… Eén van onze laatstejaars was door vader uitgedaagd om als eerste bij oma te zijn. De leerling sprong snel op de fiets. Vader, met de jongere broer achterop, zette aan met de motor. Zijn zoon voorbijgereden keek vader achterom, maar zijn motor raakte de boordsteen van de weg. Hij slaat overkop… vader en broer op slag dood.

Welnu:

het geluid van twee klappende handen is een metafoor voor het geraas en gedaas van het leven, de nooit stilstaande mallemolen die ons totaal in beslag neemt:

–    enerzijds BUITEN JEZELF: de fait-divers van elke dag, de soaps, het politiek populisme en het zoveelste schandaal, het ‘fake news’, weer bombardementen in Syrië, klimaatopwarming, … de ‘Champions league’, fraude hier, corruptie daar, geroddel allerhande, …

–    anderzijds ook BINNEN IN JEZELF: in je hoofd: de voortdurende gedachte ondertitels bij alles wat we meemaken, het interne commentaar op alles, de mallemolen in ons hoofd die blijkbaar niet te stoppen is, …

En dan plots gebeurt er de wake-up call, iets waardoor je ten diepste geraakt wordt en in dat onophoudelijk geraas en gedaas alles onwezenlijk stilvalt: het geluid van één klappende hand. Dit is een grenservaring of een diepte-ervaring, een beleving van opperste geluk, topzaligheid om nooit te vergeten, of een persoonlijk drama, een onherstelbare verscheurdheid, en ontgoocheling, een blijvende leegte, …

Maar eigenlijk staat er niets stil, alles raast immers door, maar (enkel) voor jezelf staat alles stil – minutenlang – soms wekenlang. Het gebeurt binnenin je. Er gebeurt innerlijk iets van verlamming, woordenloosheid, rampzaligheid of euforie, een innerlijk gegrepen zijn waarin die oorverdovende stilte hoorbaar werd en alles in een beleving van een soort ‘slow motion’ verloopt, iets dat nooit meer weg te knippen is, … Die beleving wordt dan een persoonlijke levensverhaal, blijvend in de herinnering gegrift. De vraag ‘wat is het geluid van één klappende hand’ kàn dan zo’n persoonlijk levensverhaal oproepen.

Even verder met mijn ‘belevenis’ van die leerling op die zondagnamiddag: ‘Waar het valt, daar ligt het’. ‘Het’ is hier het belangrijkste woord van deze koan: ieder heeft zijn ‘het-s’, zijn eigen keel dichtknijpende beleving(en). Als die leerling een jaar later langs die plek komt: ‘BAF’, daar ligt hét; als hij opa is en zijn kleinzoon daagt hem uit: ‘Opa, gaan we om ter eerst …’. Telkens weer ligt hét daar, onuitwisbaar en super helder in de vele details. De wereld raast voort, maar dat verdoofd geluid van één klappende hand is er wéér, in detail.

Ik zie dan de herkenning in de ogen van heel wat leerlingen: toen hun oma stierf toen werd het dof en hoorden ze dat geluid van één klappende hand, toen een dronken chauffeur een familielid wegmaaide in het verkeer, de talloze keren van woordeloos terugplooien bij de vechtscheiding van de ouders, …. maar ook positief: toen zij het pasgeboren broertje in de armen kregen, de diepe dankbare glimlach van een anderstalige vluchteling-leerling waarvoor ze een maand mentor waren, het sinterklaasmoment van de clini-clowns op de kinderkankerafdeling, de zelfoverwinning toen ze een bergwandeling deden, het zwemmen tussen de koralen, …

Let wel: je kan de positieve en de negatieve beleving niet gelijkwaardig naast elkaar plaatsen, maar bij beide word je in de diepste roerselen van het bestaan geraakt. Hoe je dàn doorgaat, is de roeping van het leven.

We stellen vandaag de dag vast dat bij die belevingen toch heel wat mensen bij de pakken blijven zitten, ze realiseren zich niet bewust dat ze zo door die beleving gegrepen waren/zijn, schijnbaar vergeten ze het (of wuiven het weg als niet rationeel of een moment van zwakte) en ze laten het leven verder razen en begrijpen niet dat ze een diepte-ervaring meegemaakt hebben …

 

Maar anderen doen er iets mee

Wie met ‘dit geluid van één klappende hand’ wèl iets doen, die grijpen hier niet zelf actief iets vast, het overkwam hen. Buiten hen om – in het geleefde leven –  was er iets dat hen aangreep en blijft aangrijpen. De gevoeligheid voor dit gegrepen worden en gegrepen zijn is evenwel niet vanzelfsprekend, we moeten dit ontwikkelen. Maar we komen het allen tegen, … Als je dan stil wordt, in een meditatief moment, dan kan je beseffen dat hier je ROEPING kàn liggen. Dit kan plots in het leven binnenbrekend zijn, maar meestal ontkiemt het vanuit de opvoeding stilaan in een langzaam ontwikkelingsproces dat nooit eindigt. En het blijkt voor elke mens een persoonlijk ingekleurd gebeuren te zijn. Broers uit één gezin met grotendeels eenzelfde schoolcurriculum kunnen anders gevoelig zijn voor dit gegrepen zijn, of er verschillend op reageren. Als ik  mijn eigen leven bekijk dan heb ik dat geluid van één klappende hand reeds meermaals gehoord, de ene keer met zeer sombere gedachten, een andere keer met het gevoel van ongenaakbaarheid, of in een topbelevenis. Zodoende is mijn levensweg dan ook meermaals veranderd doorheen de voorbije jaren en de verhalen die me destijds naar het klooster brachten (bv. missionaris worden) zijn ingewisseld voor andere waardoor ik jaar na jaar meer leerkracht levensbeschouwing werd en wordt en tegelijk in de jeugdbijstand een leidende en stimulerende rol vervul.

Zodoende kan ik zeggen dat ik in mijn leven meermaals ‘geroepen’ ben geweest, dat wil zeggen, meermaals gegrepen geweest voor zware onrechtvaardigheden, door mistoestanden, door schrijnende  gezinstoestanden, maar ook door schooljongeren die bijna een puur ‘selfie-leven’ leiden. Dit gegrepen zijn gaf ergernis maar tegelijk ook de energie om er iets mee te doen.

 

Zin-VINDING: je persoonlijke zin van het leven vinden

Ieder van ons moet zijn ‘geluid van één klappende hand’ (leren) zien en horen. Want daar ligt ook de ‘zin van het leven’, in het persoonlijk aangegrepen zijn. In het leven staan vanuit het perspectief van het ‘oplossen’ van een koan, kan ons op weg zetten om onze roeping te herkennen: dat gegrepen zijn door iets dat ons transformeert, dat ons stimuleert tot zelfgroei en ons naar buiten toe noopt tot engagement.

Je roeping is je missie, is je levensworsteling, je inzicht, je zelfveredeling, je werken aan je kubieke steen, je maatschappelijk vrijwillig engagement, je zorg voor de mens nabij maar ook voor de aarde die kreunt …

En dat op basis van interne sensaties of belevingen die ons ‘gegrepen’ hebben, belevingen die een stempel drukten en drukken op wie elk van ons is en die ons van binnenuit pushen om tot handelen over te gaan.

Elk antwoord vanuit een beleving geeft ons een persoonlijke zin-VINDING
van het leven, onze roeping. We treffen het aan, maar we moeten het wel ‘zien’. Daartoe zijn reflectie, meditatie, een retraite-moment zo zinnig om te doen.

Kijk waar ‘hét’ voor jou ligt…. En dat is voor elk van ons anders. Als je vader bent van een doodgeboren kind, of moeder van een verongelukt kind door een wegpiraat, … of je zit in een vechtscheiding, of je kind is gehandicapt geboren, of je hebt een bijzonder talent, …

En hier komen we bij een (boeddhistische) uitdrukking die mij zeer lief is: Wat is jouw ‘bevel des hemels’? Ook dit is een boeddhistische vraag, een koan. En dat bevel dat is een roep ‘over je’, je roeping. En het is wel degelijk een bevel. Deze manier van kijken naar roeping veronderstelt een spirituele kijk, voorbij de absurditeit, dat deze wereld wel degelijk een diepere grond van bestaan heeft, weliswaar niet conceptueel of rationeel bepaalbaar. Deze wijze van spiritueel kijken is samenloop van drie soorten van besef: 

  1. een besef dat iets over mij komt, iets dat mij overstijgt; 
  2. een besef dat door mij iets moet gedaan worden; 
  3. een besef dat dit voor en aan anderen ten goede komt. 
Dit drievoudige besef motiveert, dynamiseert en doet mensen boven zichzelf uitstijgen. Roeping dus! Voor iedereen anders en heel persoonlijk.



Noten

[a]
Men kan de werkelijkheid op twee wijzen leren ‘kennen’: perceptueel en conceptueel. Perceptueel betekent: via de zintuiglijke ervaring, de innerlijke beleving, het gegrepen worden, het ontroerd worden… Deze perceptuele benadering is echter nooit volledig in taal te vatten. Toch proberen wij erover te spreken en zo creëren we naast de ervaren en beleefde werkelijkheid een conceptuele werkelijkheid. Met die concepten, (liefst) eenduidig gedefinieerd en in denkmodellen gegoten, leggen we onze kennis over de werkelijkheid vast. Zonder concepten geen taal, geen fantasie, proza en poëzie, geen filosofisch nadenken en speculeren, maar ook (sinds de Verlichting) geen massale ontwikkeling van het huidige wetenschappelijke discours, geen rationeel, logisch denken, … zozeer zelfs dat de westerse mens denkt alles in concepten moet gevat worden en enkel nog waarde wordt gehecht aan universeel geldend rationeel denken.

[b]
Onder spiritualiteit versta ik innerlijke kracht om niet ‘te worden geleefd’ (door reclame, media, opiniemakers, ideologieën,  culturele vooroordelen, …). Het is een levenshouding die gaandeweg groeit en zich opbouwt zowel naar inhoud als naar stijl. Spiritualiteit is ‘levenskunst’ vanuit een realiteitsbewustzijn dat niet het ego centraal stelt. Spiritualiteit is het vermogen van de zelfbewuste mens om te antwoorden op het besef van absurditeit. Het is zien dat er méér in de werkelijkheid is dan wat zich aan de oppervlakte aandient… dat de werkelijkheid méér is dan wij met ons verstand over die werkelijkheid kunnen vatten.

[c]
‘Edel’ verwijst hier naar ‘adellijk’, edelaardig, edelmoedig, eminent, grootmoedig, hoogstaand, met zeer goede eigenschappen, niet om voor jezelf je te ontplooien. Zelfontplooiing is naar jezelf gericht om je eigen behoeften maximaal realiseren. Het woord ‘zelfveredeling’ is hier bedoeld als groei van zichzelf maar met focus naar buiten toe.

[d]
Zo spreken we van socialisme, liberalisme, feminisme, kapitalisme, marxisme, katholicisme, islamisme, nationalisme, secularisme, economisme, enz… Zo is bv. economie geen probleem, wel het economisme (als ideologie), net zoals katholiek zijn of de islam op zich geen probleem zijn, wel het katholicisme en islamisme, …

[e]
Een koan is een korte weergave van een dialoog die kernachtig een aspect van de boeddhistische leer weergeeft en bedoeld is om iemands inzicht in die leer te testen (nl.wikipedia.org). Een koan is als het ware een wake-up call, een middel om wakker te worden om anders naar de werkelijkheid te kijken, om de vanzelfsprekende (cultuurgebonden) kijk los te laten. Er zijn verschillende toegangspoorten open te komen tot zo’n veranderd realiteitsbewustzijn. Ik denk aan het ‘opgaan in dans’, de ‘ontroering door muziek’, …

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan gaat u akkoord met deze instellingen.

Sluiten