Geloven, dé veerkracht in ons leven

Geloven, dé veerkracht in ons leven
Maar wat geloof je dan?
Johan Bergé
December 2017 - bijgewerkte versie
Zoals we liefdevolle gevoelens niet smoren omwille van passionele moorden, verguizen we ook religies niet omwille van godsdienstoorlogen.
Religiositeit, de menselijke eigenschap die geloven mogelijk maakt, is een adaptatie.


Hierdoor zijn mensen nu religieus van aard.
Wetenschappers hebben een proces beschreven in onze hersenen, waarbij we ons onder bepaalde voorwaarden één voelen met datgene wat ons bewustzijn binnenkomt.


De verliefdheid maakt wezenlijk deel uit van het leven, ondanks dat zij in de hersenen gefabriceerd werd. Hetzelfde gebeurt met de religieuze ervaring.
De religieuze ervaring is een ervaring van één worden met iets wat ons overstijgt, waardoor we het ego laten varen, de ik-gerichtheid en de daarmee gepaard gaande angsten.
Het iets waardoor wij onszelf overstijgen noemen we het Mysterie. Wat het ook is of hoe we het ook noemen, is niet zo belangrijk, als het individu er maar door gegrepen wordt.


Het Mysterie krijgt inhoud voor een grotere gemeenschap door uitwisseling van individuele religieuze ervaringen.



De idee ‘Iets’ gaf aanleiding tot het ‘ietsisme’. Geloven dat er ‘iets’ moet zijn tussen ‘hemel en aarde’, maar niet weten wat.
Het ene ‘godsbeeld’ is niet beter dan het andere ‘als het maar helpt zichzelf religieus te overstijgen’.



De gevoeligheid die je hebt, voorbij de rede, om ontvankelijk te zijn voor het religieuze noemt Leo Apostel ‘religiositeit’.
Een spontaan mededogen of een nagestreefde naastenliefde zijn evenwaardig. Meer nog, in de praktijk van het dagelijkse leven speelt een mengeling van beide elementen een rol.



‘Religie’ heeft een dubbele betekenis. Enerzijds handelingen, gedachten en objecten die verband houden met datgene wat ons overstijgt. Anderzijds een cultuurgebonden beweging of instelling.
Waar religiositeit de gevoeligheid voor het religieuze is, wordt spiritualiteit de conceptuele verwerking van die gevoeligheid, wat uiteindelijk helpt bij de religieuze beleving.
Een wereldbeeld is een samenhangend geheel van begrippen en stellingen die ons moeten toelaten een globaal beeld van de werkelijkheid te ontwerpen.

Bij het ontwerpen van een wereldbeeld spelen niet alleen onze eigen ervaringen een rol, maar ook de jongste wetenschappelijk verantwoorde inzichten.

Als de wetenschappelijke bevindingen evolueren, verandert noodgedwongen het wereldbeeld omdat het niet meer strookt met de kennis van de werkelijkheid.
Zij die het geloof zeer traditioneel beleven én de ‘nieuwe darwinisten’ hanteren als enigen hetzelfde theïstische godsbeeld.
Een eigentijdse inspiratiebron is bij voorbeeld Levinas met het appèl dat spreekt uit het gelaat van de ander. Het geloof van deze sociaal geëngageerde mensen is vooral praktisch en minder spiritueel gericht.

Religieuze zinzoekers tasten de wereldbeelden af om hun religieuze ervaringen positief te benutten. Laten we hen hier ‘seculiere christenen’ noemen.
De invulling van het Mysterie is een quasi individuele aangelegenheid, waarbij het godsbeeld van de ene overvloeit in dat van de andere.
Seculiere christenen benaderen het Mysterie ofwel vanuit filosofisch inzicht, ofwel vanuit een naturalistische ervaring.
‘De diepte is het Mysterie, dat wat we niet met ons verstand kunnen vatten, de grond van waaruit alles voortkomt en wat je God kunt noemen of Leegte, of Manitoe. De Energie die in alles als een goddelijke kracht aanwezig is en die maakt dat we in essentie één zijn’
We zien de echte werkelijkheid niet omdat we geprogrammeerd zijn om te overleven in een competitieve maatschappij.
Door meditatie halen we onze diepste ‘goddelijke’ kern naar boven en ervaren we vanuit die toestand (nirwana) de werkelijkheid achter het intuïtieve wereldbeeld.


Het heeft te maken met een ingesteldheid die aanvaardt dat ‘wat is’, ís.
In ons diepste zijn, zijn we allemaal gelijk en daar kunnen we elkaar vinden.
Liefde is de ander zien in zijn goddelijkheid, zonder rugzak, en blij zijn met de geweldige ervaring van naar hem/haar te mogen kijken.
‘Het is een zoektocht naar het religieus potentieel in een wetenschappelijk begrip van de natuur.’

‘Wanneer we het sacrale ontwaren, wordt Eerbied opgeroepen, een besef dat er iets groters is dan de mens en dat impliceert een gevoeligheid voor de kwetsbaarheid van het leven.’


De ideeën van seculiere christenen en religieuze atheïsten vloeien door elkaar.
Wat telt is de religieuze levenshouding, die je het vertrouwen en de veerkracht geeft om te leven, ondanks de dingen die het moeilijk maken.
Bij religiositeit probeert de mens in zijn eigen ziel te kijken in de hoop te mogen ervaren dat alle mensen in hun diepste zijn hetzelfde zijn.
Wanneer we in zak en as zitten, helpt het niet om rap even onze religiositeit aan te boren.
Wanneer het na therapie beter gaat, kan geloven helpen om het zo te houden.
Eigentijdse zingevingsmodellen hebben minder nood aan (machts-)structuren. Zingeving is per definitie een individuele aangelegenheid.
Het uitdragen van geloof is inherent aan het geloof, vanuit een grote bekommernis voor Alles en Iedereen.

1. De religieuze ervaring

Geloven is een diep en gevoelig menselijk gegeven, een kracht die wij hebben om ons te wapenen tegen de moeilijke momenten die ook bij het leven horen, een bron die mensen meer draagkracht kan geven in het leven en zo onrechtstreeks kan bijdragen tot een grotere harmonie in een samenleving.
Maar geloven stuit op veel weerstand in onze westerse wereld vanuit onwetendheid en angst voor een oprukkende islam enerzijds en anderzijds vanuit de vermeende suprematie van het rationeel denken. Zij halen de vele godsdienstoorlogen en het geweld in naam van God aan om geloven naar de ‘prullenmand’ te verwijzen. Geloven is een diep en gevoelig menselijk gegeven dat, net als verliefdheid, gemanipuleerd kan worden en tot misbruik kan leiden. Oorlog omwille van godsdienst en passioneel geweld zijn het gevolg van manipulatie van menselijke gevoelens. En zoals we liefdevolle gevoelens niet smoren omwille van passionele moorden, verguizen we ook religies niet omwille van godsdienstoorlogen.

Evolutiebiologische kijk op geloof  

Voor wat wij doen en laten wordt tegenwoordig dikwijls naar evolutiebiologische redenen gezocht. Kort samengevat selecteert de evolutie door mutaties van ons genetisch materiaal die eigenschappen die gunstig zijn om te overleven. Daarom noemen wij deze mutaties adaptaties. Soms worden deze adaptaties na lange tijd overbodig omdat de levensomstandigheden gewijzigd zijn, maar we blijven ze behouden omdat ze zich nu eenmaal in ons genetisch materiaal verankerd hebben. Voorbijgestreefde adaptaties noemen we bijproducten, producten die onbedoeld ontstaan, maar toch nuttig kunnen zijn. Of een mutatie nu als een adaptatie beschouwd wordt of als een bijproduct, is geen wetenschappelijke keuze. Het heeft alles te maken met onze filosofische overtuiging en die is niet wetenschappelijk te onderbouwen.

Als gelovigen beschouwen we religiositeit, de menselijke eigenschap die geloven mogelijk maakt, als een adaptatie. We hebben een vermogen ontwikkeld dat dieren niet bezitten omdat hun bewustzijn minder ontwikkeld is. Ook dieren kunnen blij zijn of verdrietig, angstig zijn of levenslustig, maar mensen kunnen afstand nemen van hun emoties en voluit bewust zijn van hun angsten, verdriet of blijheid. Dat brengt ook mee dat wij bewust worden van lijden en dood. Dergelijke gedachten werken verlammend, ware er niet de kracht van religiositeit. Daarenboven hadden onze verre voorouders alle belang bij een systeem van verbondenheid met elkaar om zo sterker te staan als groep en beter beschermd te zijn tegen de bedreigingen van hun omgeving. Hierdoor zijn mensen nu religieus van aard.

Rabiate atheïsten zien religiositeit daarentegen als een bijproduct, iets wat vroeger nuttig was, maar nu niet meer, integendeel. Hun redenering is in ieder geval niet wetenschappelijk onderbouwd, maar een overtuiging, ingegeven door hun vrijzinnige filosofische achtergrond. Als gelovigen denken wij dat een religieuze ervaring zeer nuttig kan zijn voor de relatie met jezelf en met de anderen en dat religiositeit op die wijze een samenleving harmonieuzer kan organiseren.

De religieuze ervaring, een ervaren van ‘werkelijkheid’

Als religiositeit een menselijke eigenschap is, moet er ook een lichamelijk mechanisme bestaan, een verklaring te vinden zijn in onze hersenen die de religieuze ervaring doet ontstaan. Wetenschappers hebben een proces beschreven in onze hersenen, waarbij we ons onder bepaalde voorwaarden één voelen met datgene wat ons bewustzijn binnenkomt. Dit gevoel kan een bron van geborgenheid en troost zijn in moeilijke tijden. Iets gelijkaardigs speelt een rol bij de ervaring van verliefdheid. Er is een hersenmechanisme dat ons doet opgaan in de partner, we worden als het ware één, we verdrinken in elkaar en halen daar geborgenheid en troost uit.

De gevoelens van geborgenheid en troost die uit verliefdheid voortspruiten, ervaren we niet als een hersenspinsel, maar als iets dat heel reëel is, als de werkelijkheid zelve. De verliefdheid maakt wezenlijk deel uit van het leven, ondanks dat zij in de hersenen gefabriceerd werd. Hetzelfde gebeurt met de religieuze ervaring. Het leven is mooi, maar kan ook hard zijn met ziekte, verdriet en dood. Alleen al door te leven ondergaan we pijn, de pijn die hoort bij de essentie van het leven en als we ervoor kiezen die pijnen te dragen en ermee om te gaan vanuit een religieuze levenshouding, dan brengt dit troost. Zo kunnen mensen draagkracht vinden om zich staande te houden in het leven, wat hen gelukkiger maakt en een groter aantal gelukkige mensen leidt tot meer harmonie in de samenleving.

De religieuze ervaring is een wow-ervaring, een intense sensatie, waarbij tijdens een (kort) moment het denken verstilt en we opgaan in de beleving. De aanleiding kan divers zijn, een inzicht, een wonderbare prikkeling van zintuigen (wierook, muziek,…). Het is een ervaring van één worden met iets wat ons overstijgt, waardoor we het ego laten varen, de ik-gerichtheid en de daarmee gepaard gaande angsten.  Deze religieuze ervaring kan tot een blijvende dagelijkse levenshouding leiden, waarbij het gericht zijn op zichzelf vermindert ten voordele van een gericht zijn op het welzijn van anderen, van het geheel. Maar dit gaat niet vanzelf. Het vraagt inzicht en blijvende oefening zoals mediteren of, al dan niet in groep, bezig zijn met rituelen en andere geplogenheden waar religies overal ter wereld al eeuwenlang gebruik van maken. Kunnen we dan niet sociaal bewogen zijn en handelen zonder het inzicht in en/of de ervaring van datgene wat ons op sacrale wijze overstijgt? Natuurlijk wel, maar het zou jammer zijn om geen gebruik te maken van een krachtige inherente mogelijkheid om gelukkig(er) te worden, een mogelijkheid die we als mensen verder kunnen ontwikkelen.

Het Mysterie

Het iets waardoor wij onszelf overstijgen, datgene waardoor we in een religieuze ervaring gegrepen worden, de trigger die het lichamelijk proces in gang zet, noemen we het Mysterie, het mens overstijgende, het Heilige. Wat het ook is of hoe we het ook noemen, is niet zo belangrijk, als het individu er maar door gegrepen wordt. Dit Mysterie blijft een mysterie en we kijken er naar door de bril die ons het best past. Een traditionele bril laat je het Mysterie beleven van een God als een persoon, terwijl voor vele christenen en/of religieus geïnspireerde mensen het Mysterie niet langer als een persoon ervaren wordt, maar eerder als een energie, een kracht, waartoe zij zich eventueel kunnen verhouden als ware het een persoon.

De invulling van het Mysterie is persoonsgebonden. Het krijgt inhoud voor een individu op basis van zijn religieuze ervaringen, die daarenboven gebonden zijn aan plaats en tijd. Het Mysterie krijgt inhoud voor een grotere gemeenschap door uitwisseling van individuele religieuze ervaringen. Het religieuze ervaringsfeit is het kloppende hart van de religie. Aangezien de religieuze ervaring individueel is, zal ze bij iedereen (een beetje) anders zijn en daaruit volgt dat we de (religieuze) overtuiging van een ander kunnen waarderen, zonder ze zelf te moeten accepteren of onderschrijven.

Het Mysterie laat zich voortdurend voelen, het drijft elke mens, kerkelijk gelovig, anders-gelovig, ongelovig, of welke term men ook maar wil gebruiken. Elke mens kan beseffen dat in hem iets werkt dat geen persoonlijke eigendom is, iets dat de mens dóet leven en tegelijk de mens overstijgt. De idee ‘Iets’ gaf aanleiding tot het ietsisme. Geloven dat er iets moet zijn tussen ‘hemel en aarde’, maar niet weten wat. Veel iets-gelovigen stellen zich daar geen vragen meer bij en worden onverschillig vanuit onwetendheid. Mensen die wel een relatie met dit Mysterie hebben, maken er een beeld van, hoe concreet of hoe abstract dit dan ook moge zijn en we noemen dit
vaak een ‘godsbeeld’ omdat dit in ons taalgebruik een gewoonte is.

‘Godsbeeld’

Het woord ‘godsbeeld’ plaatsen we in deze paragraaf tussen haakjes omdat het  niets met de werkelijkheid te maken heeft, enkel met ons voorstellingsvermogen, maar het laat ons toe gegrepen te worden en de religieuze ervaring te benoemen. Het traditionele ‘godsbeeld’ is dit van een almachtige, alwetende, algoede vader die troost en verlichting brengt en ingrijpt in de geschiedenis. Maar het ‘godsbeeld’ kan ook een spectaculaire natuurbeleving zijn of ervaren worden als een stuwende levenskracht, een oerbron of wat dan ook. Het ene ‘godsbeeld’ is niet beter dan het andere ‘als het maar helpt zichzelf religieus te overstijgen’. Het ‘godsbeeld’ is een individueel en dynamisch gegeven, wat inhoudt dat dezelfde persoon op verschillende ogenblikken een ander ‘godsbeeld’ kan hebben. In de ene situatie kan hij overdonderd worden en kracht vinden in een prachtige zonsondergang, op een ander ogenblik vindt hij rust door inzicht in de complexiteit van het leven of vindt hij troost door zich het goddelijke als een persoon voor te stellen en er mee om te gaan.

Religiositeit

De gevoeligheid die je hebt, voorbij de rede, om ontvankelijk te zijn voor het religieuze noemt Leo Apostel religiositeit. Vertrekkende van de religieuze ervaring krijgen we als mensen een gevoel van geborgenheid, maar ook een binnenstromen van eenheidsgevoel met dat wat ons bewustzijn binnenkomt, de omgeving, de natuur, de medemens. We ervaren de pijnen en de vreugdes van onze naaste als die van onszelf en mededogen vervult ons hart. Alle mensen worden ‘kinderen van God’, alle mensen zijn goddelijk. Hoe beter we zelf in balans zijn en hoe meer we vertrouwd raken met religiositeit, hoe kleiner ons ego, hoe minder ik-gericht we zijn, hoe intenser de ervaring van transcendentie en hoe groter het gevoel van mededogen. Het engagement naar de omgeving gaat dan vanzelf zoals de zon vanzelf schijnt. We hebt er helemaal geen verdienste aan, het is een spontane levenshouding geworden.

Maar wat geloof je dan?

2. Van religiositeit naar spiritualiteit

Bij mensen die hun bron van religiositeit, die eigen is aan iedere mens, kunnen aanboren, leidt  dit spontaan tot mededogen. Niet iedereen heeft het inzicht of de mogelijkheden daartoe en daarom bewandelen religies ook een tweede piste, waarbij naastenliefde als opdracht meegegeven wordt en waarbij jezelf wegcijferen voor de anderen als deugd geprezen wordt. Wanneer je daarin slaagt, is dit wel een verdienste en volgt een beloning in het hiernamaals. Beide pistes, een spontaan mededogen of een nagestreefde naastenliefde zijn evenwaardig. Meer nog, in de praktijk van het dagelijkse leven speelt een mengeling van beide elementen een rol. Daar waar een opdracht gegeven wordt, komt hij van een externe persoonlijke God,
terwijl mededogen een innerlijk proces is. Het ene is niet beter dan het andere. Wat werkt, wat bijdraagt aan het welzijn van een ander en van de samenleving is oké.

Religie

En zo komen we bij religie, een woord met vele definities. De populaire verklaring dat religie afgeleid is van het Latijnse ‘religare’ (verbinden) is taalkundig niet zuiver en ook andere etymologische afleidingen zijn betwistbaar. De taalkunde schenkt ons geen houvast inzake de herkomst van het begrip. We kunnen beter proberen het fenomeen religie te duiden vanuit het feitelijk gebruik en dan zien we dat het woord een dubbele betekenis heeft. Enerzijds als een verzameling van symbolische handelingen, gedachten en objecten die op een sacrale wijze verband houden met datgene wat ons overstijgt. Anderzijds is er een strikter gebruik van het woord om een cultuurgebonden beweging of instelling aan te duiden die zich bezig houdt met de beoefening van religiositeit. Wanneer in dit laatste geval een religie het Mysterie als een persoon invult, spreken we over een godsdienst.

De drie godsdiensten van het boek, Christendom, Jodendom en Islam en ook alle andere religies zoals Boeddhisme, Hindoeïsme, Zoroastrianisme, Sikhreligie en nog vele andere vertolken de diepere religiositeit, elk in hun eigen cultuur. Ze brengen de dieptestructuur, de onderliggende gevoeligheid voor religiositeit, die alle religies gemeen hebben, aan de oppervlakte in een spiritualiteit. Ze vertolken de dieptestructuur in een taal en een organisatie die bevattelijk is voor de mensen van de eigen cultuur en dragen zo bij, als een verbindende factor tussen de mensen, tot het welzijn van een samenleving. Waar religiositeit de gevoeligheid voor het religieuze is, wordt spiritualiteit de conceptuele verwerking van die gevoeligheid, wat uiteindelijk helpt bij de religieuze beleving en zichtbaar zou moeten worden in het dagelijkse leven van de mens. Tenslotte geeft spiritualiteit een identiteit aan een persoon. Zo hebben we de spiritualiteit van de jezuïeten en die van de franciscanen, die van de katholieken of van de protestanten.

Wereldbeeld en werkelijkheid

Maar wat geloof je dan? Laat ons eerst kijken waaraan een geloof moet beantwoorden. Het moet passen in een groter plaatje. Het mag niet in tegenstrijd zijn met wat we dagelijks ervaren en weten. We hebben sowieso een beeld van de wereld. Een wereldbeeld is een samenhangend geheel van begrippen en stellingen die ons moeten toelaten een globaal beeld van de werkelijkheid, waartoe wij behoren, te ontwerpen en daardoor zoveel mogelijk elementen van wat in onze ervaring gegeven is, te begrijpen. Uiteraard mogen de  ervaringen geen gekende feiten tegenspreken. Zo een wereldbeeld hebben we nodig om onszelf au sérieux te nemen. Wanneer we het ene ogenblik iets als zwart bestempelen en hetzelfde voorwerp tien minuten later als wit, dan krijgen we gegarandeerd twijfels (bij anderen) over onze mentale capaciteiten.

Bij het ontwerpen van een wereldbeeld spelen niet alleen onze eigen ervaringen een rol, maar ook  de jongste wetenschappelijk  verantwoorde inzichten in het ontstaan en de evolutie van de aarde, het fysiek functioneren van de mens en andere levende wezens, hun relaties en interacties. Een wereldbeeld omvat de totaliteit, hoe de wereld en de grote kosmos functioneren en evolueren. Alle kennis, alle belevingen en ervaringen, ons godsbeeld en mensbeeld worden geïntegreerd in een samenhangend wereldbeeld.

Een aanvaardbaar wereldbeeld is dus een dynamisch gegeven. Want als de wetenschappelijke bevindingen evolueren, verandert noodgedwongen het wereldbeeld omdat het niet meer strookt met de kennis van de werkelijkheid. Dat is wat momenteel gebeurt. Zowel de micro-reductionistische fysica als de filosofische interpretaties van een darwinistische evolutietheorie staan onder druk. Meerdere experimenten tonen aan dat alhoewel de evolutie oneindig langzaam verloopt via oneindig veel mutaties, menselijke eigenschappen ook overgeërfd kunnen worden zonder dat het genetisch materiaal verandert. En sedert de ontwikkeling van de kwantummechanica weten we – kort door de bocht – dat zekerheid vervangen wordt door waarschijnlijkheid. Dit geldt weliswaar voor de organisatie van de kleinste deeltjes, maar het geeft ook zijn repercussies op de werkelijkheid die wij ervaren.

Seculiere en sociaal geëngageerde christenen

Maar wat geloof je dan? Mensen zoeken naar andere vormen van geloof. Zo past het godsbeeld van de almachtige vader met de beste wil van de wereld niet meer in het wereldbeeld. Binnen onze christelijke westerse wereld zijn er slechts twee groepen die er een theïstische visie op nahouden. Theïsme is het geloof in het bestaan van een persoonlijke en bovennatuurlijk wezen, dat zich met het leven van iedere afzonderlijke mens bezig houdt. Deze twee groepen zijn enerzijds de traditionele gelovigen en anderzijds de ‘nieuwe darwinisten’, die aan de hand van dit godsbeeld alles wat met geloof te maken heeft, verwerpen. Ik gun beide groepen hun visie, maar zodra ze hun visie als de enige ware beschouwen, gedragen ze zich  fundamentalistisch.

Heel veel mensen komen los van het traditionele geloof, maar ervaren, weten innerlijk dat er iets moet zijn, dat er meer is dan wat we als mensen kunnen bevatten en dat dit met gevoel te maken heeft. Er moet iets zijn, maar dat iets kunnen ze niet duiden en dus ook de kracht niet meer halen die mensen normaal gezien uit hun geloof zouden moeten kunnen halen. Er zijn ietsisten die zich weinig of niets van het wereldbeeld of godsbeeld aantrekken, maar in de lijn van hun traditie Jezus als een voorbeeld zien om na te volgen. ‘Bemin je naast als jezelf’ wordt als een opdracht ervaren waarvan men zich zo goed mogelijk kwijt. Deze wereldbetrokkenheid kan ook voortvloeien uit een levenshouding die heel vanzelfsprekend aanvoelt. Een eigentijdse inspiratiebron is bij voorbeeld Levinas met het appèl dat spreekt uit het gelaat van de ander. Het geloof van deze sociaal geëngageerde mensen is vooral  praktisch en minder spiritueel gericht.

Er zijn ietsisten die wel de behoefte hebben om actief op zoek te gaan naar een invulling van het ‘Iets’. Het zijn de religieuze zinzoekers die al shoppend bij filosofen en in vreemde religies, individueel of in groep, wereldbeelden aftasten naar een eigentijdse duiding van hun religieuze ervaring. Op die wijze hervinden ze met vallen en opstaan de kracht die met geloven gepaard gaat. Ze laten het ietsisme achter zich, benoemen het onnoembare op een voor hen adequate wijze om hun religieuze ervaringen positief te benutten. Laten we hen hier ‘seculiere christenen’ noemen.

Maar wat geloof je dan?

3. Seculiere christenen en vervloeiende godsbeelden

Vervloeiende godsbeelden

Wanneer we het woord ‘godsbeeld’ als een invulling gebruiken voor het Mysterie, dan hebben seculiere christenen een overvloed aan godsbeelden. De invulling van het Mysterie is een quasi individuele aangelegenheid, waarbij de ene zijn godsbeeld in dat van de andere overvloeit. Het is trouwens best mogelijk,  zoals hierboven reeds is aangehaald, dat dezelfde persoon een ander godsbeeld ‘gebruikt’ naargelang de omstandigheid. Een belangrijke tweedeling in de groep seculiere christenen volgt uit het al dan niet gebruiken van het woord ‘God’. Sommigen blijven het woord ‘God’ gebruiken, alhoewel ze heel goed beseffen dat het geen persoonsgebonden inhoud heeft, maar het laat hen toe op een ‘menselijke wijze’ een relatie aan te gaan met het Mysterie. Het Mysterie is een ‘als ware het een persoon’, wat toelaat concreet te danken en te vragen. Andere seculiere christenen hebben geen behoefte aan het woord ‘God’ en het Mysterie blijft expliciet een abstract mysterie.

Seculiere christenen benaderen het Mysterie ofwel vanuit filosofisch inzicht, ofwel vanuit een naturalistische ervaring. Laten we de beoefenaars respectievelijk religieuze filosofen en religieuze naturalisten noemen, maar dit onderscheid is eigenlijk theoretisch. Het laat toe met woorden dichter bij het Mysterie te komen, maar zo’n kader maakt een strikt onderscheid tussen zaken die in de werkelijkheid in en door elkaar vloeien. Geloven blijft een mix van inzicht en ervaring.

Religieuze filosofen

Religieuze filosofen beschouwen (rationeel) het Mysterie als een innerlijke ervaring. “De religie met zijn leerstellingen is niet nutteloos, maar fundamenteel gaat het over de ervaring en niet over waarheid. Waarheid wordt aan de wetenschap overgelaten die probeert te begrijpen hoe de wereld in elkaar zit, maar wetenschappers zullen nooit de totaliteit vatten, nooit datgene begrijpen wat het heelal stuwt. Het blijft een Mysterie, iets wat je enkel kan ervaren in je diepste zijn, iets wat je probeert op te roepen in meditatie. De diepte is het Mysterie, dat wat we niet met ons verstand kunnen vatten, de grond van waaruit alles voortkomt en wat je God kunt noemen of Leegte, of Manitoe. De Energie die in alles als een goddelijke kracht aanwezig is en die maakt dat we in essentie één zijn. De bloemen, de dieren, de mensen, de planeten, … we zijn allemaal wonderlijke manifestaties binnen de grote kosmische stroom van energie. … Dat besef van eenheid zou ons moeten verlossen van ons egoïsme. We zijn als golven die opdoemen uit de zee en weer verdwijnen in de diepte. We zijn geen aparte los te knippen golfjes, we gaan in elkaar over. Als ik mijn golf vervuil, besmeur ik ook de golven rondom mij en eigenlijk de totale zee.” (Ulrich Libbrecht)

Veel religieuze filosofen hebben inspiratie gehaald uit het Boeddhisme of beter gezegd uit de filosofie achter het Boeddhisme, want ook in het Oosten kent het boeddhisme een plejade aan volkse godsbeelden. Boeddhisten hebben er zich van overtuigd dat de werkelijkheid, zoals wij, mensen, die ervaren, slechts schijn (maya) is. We zien de echte werkelijkheid niet omdat we geprogrammeerd zijn om te overleven in een competitieve maatschappij. Als we iets zien waarvan we denken dat we het nodig kunnen hebben (om gelukkig te zijn) pakken we het. Als we iets zien, waarvan we denken dat het ons kan schaden, vernietigen we het of proberen we de schade te beperken. Het is een egocentrische wijze van kijken die nooit gelukkig kan maken, want altijd zullen we het gevoel hebben dat er iets is, dat we niet hebben, wat ons nog gelukkiger zou kunnen maken of dat we geplaagd worden door dingen die we niet kunnen vermijden en ons zo ongelukkig voelen.

Als mensen hebben we mogelijkheden om dit egocentrische wereldbeeld om te buigen en dit doen we met de ‘gave’ van religiositeit, het doorprikken van ons intuïtief wereldbeeld om de echte werkelijkheid in zijn totaliteit te ervaren, het Al, waarvan wij een onmisbaar deeltje zijn. Dit doorprikken van het intuïtief wereldbeeld is geen lachertje. Het is een levenstaak en boeddhisten gebruiken hiervoor meditatie. Door meditatie halen we onze eigen diepste ‘goddelijke’ kern naar boven en ervaren vanuit die toestand de werkelijkheid achter het intuïtieve wereldbeeld.

Geloven is een levenshouding en blijft een streven naar een ego-loos leven, waar mededogen een vanzelfsprekendheid is. Onze mogelijkheid om te transcenderen is niet onbeperkt. We hervallen telkens in een intuïtieve werkelijkheid, maar de kunst is ons te trainen in het religieus overstijgen van de intuïtieve werkelijkheid en de echte werkelijkheid te zien, de ‘goddelijke’ werkelijkheid, achter de intuïtieve. Waarom? Het is dé wijze bij uitstek om door en door gelukkig te zijn. Het heeft te maken met een ingesteldheid die aanvaardt dat ‘wat is’, ís.

Wanneer we deze ideeën doordenken in menselijke relaties komen we tot het begrip ‘liefde’. Datgene wat we intuïtief zien in de andere is slechts schijn. Om echt te weten wie de andere is, moeten we door zijn façade heen kijken, achter zijn masker kijken. Want wat de ander doet en zegt is een reactie van hem/haar op de wereld rondom, op die plaats en op dat ogenblik. Het is niet wat hij/zij ten diepste is. Wat is dan ons diepste wezen? Gewoon het gevoel te hebben dat we bestaan. Dat er iets in ons zit dat nooit ouder wordt. Datgene wat door onze ogen kijkt. De reactie daarop, op wat we zien, is vervormd door de rugzak die we in het leven meedragen, onze genen, onze opvoeding, vroegere teleurstellingen en trauma’s. Maar in ons blootste zijn, dragen we geen rugzak. In ons diepste zijn, zijn we diegene die is, die geen rugzakje moet dragen. En ook de anderen zijn zo in hun diepste zijn. In ons diepste zijn, zijn we allemaal gelijk en daar kunnen we elkaar vinden.

Door te mediteren komen we dichter bij ons diepste zijn, kunnen we het ‘goddelijke’ zien achter het masker van andere personen. Maar we kunnen nooit volledig achter het masker van een ander kijken. We kunnen alleen bij onszelf naar binnen gaan. Het basiskenmerk van ons diepste zijn is dat we er zijn. Een bom van energie en creativiteit, waar alles uit voortkomt. Door onze ogen nemen we waar en als we dat doen vanuit ons diepste zijn, nemen we waar zonder oordeel, nemen we liefdevol waar en zijn alle waarnemingen boeiend. Liefde is de ander zien in zijn goddelijkheid, zonder rugzak en blij zijn met de geweldige ervaring van naar hem/haar te mogen kijken. Liefde is de ervaring elkaar te vinden in ‘goddelijkheid’. O zo moeilijk! Het is normaal dat het niet altijd lukt, geloven is nu eenmaal een werkwoord. De acteur Peter De Graef vertelt dit verhaal op een magistrale wijze. Zie: www.youtube.com/watch?v=yIPa_ZyP-z4&t=21s.

Religieuze naturalisten

Religieus naturalisme is een individuele beleving van de werkelijkheid. Het is een geloof in de logische eenvoud van de orde en harmonie in de kosmos, die we nederig en slechts onvolmaakt kunnen vatten. Natuur en God zijn synoniemen. Religieus naturalisme is geen filosofische stroming of georganiseerde club, maar een individuele beleving van de werkelijkheid. Het is het geloof van Spinoza en Einstein. “Religies moeten antwoorden geven op de klassieke vragen die er toe doen, moeder waarom leven wij e.d., ze in een verhaal gieten en dat verhaal zodanig rijk en meeslepend maken dat het onze trouw en engagement stimuleert in de morele ideeën die eruit voortvloeien. Het gaat niet om een nieuwe religie maar om het creëren van mythen, het vertellen van verhalen op zo’n wijze dat het aanspoort tot verantwoord en deugdzaam handelen. Deze verhalen kunnen enkel effectief zijn als ze resoneren met onze religieuze gevoelens van ontzag en verwondering die ons met vreugde en dankbaarheid vervullen. Het is een zoektocht naar het religieus potentieel in een wetenschappelijk begrip van de natuur.” (naar Ursula Goodenough)

“De mens is een nobel wezen dat onderdeel is van en opgenomen is in een groter, alomvattend geheel. Nederigheid is een besef van de beperktheid van het eigen kunnen en kennen. De grootheid van het heelal waar wij deel van uitmaken is de plaats van het Mysterie, dat verwondering en ontzag wekt en een open vraag blijft. De natuurlijke werkelijkheid zelf wordt heilig.” (Goodenough) “Wanneer we het sacrale ontwaren, wordt Eerbied opgeroepen, een besef dat er iets groters is dan de mens en dat impliceert een gevoeligheid voor de kwetsbaarheid van het leven.” (Chet Raymo)

Religieuze filosofen en religieuze naturalisten (mijn terminologie) beschouwen zichzelf meestal als atheïsten omdat ze zich afzetten tegen het theïsme. Sommigen doen dit met veel respect voor de religieuze traditie en beschouwen zich ook als religieuze mensen, zij het atheïstisch. De ideeën van seculiere christenen en religieuze atheïsten vloeien door elkaar. Het raakpunt is het erkennen van de waarde van de religieuze ervaring in de beleving van het individuele wereldbeeld. Dit soort atheïsme heeft niets meer van doen met het virulente atheïsme dat gepaard gaat met het claimen van dé waarheid op basis van rationaliteit (en dat naar mijn aanvoelen over zijn hoogtepunt heen is). 

4. Maar wat geloof je dan?

De vraag stellen is gemakkelijk, maar ze beantwoorden helemaal niet. Het is een foute vraag. Iets gelijkaardigs is aan een persoon die lachend door het leven gaat de vraag stellen ‘Waarmee lach je dan?’ De essentie is dat zijn levenshouding blaakt van optimisme en zijn spreekwoordelijk glas altijd half vol is. Waarmee hij op dat eigenste ogenblik lacht, is eigenlijk niet belangrijk. Waarin je gelooft, is eigenlijk niet belangrijk. Wat telt is de religieuze levenshouding, die je het vertrouwen en de veerkracht geeft om te leven, ondanks de dingen die het moeilijk maken. Een betere vraag is ‘hoe doe je dat, geloven? Hoe activeer je de gevoeligheid voor een religieuze ervaring? Het antwoord op die vragen is dubbel, door inzicht en ervaren. 

Inzicht: in het proces van religiositeit, in de werking van de in elkaar vloeiende godsbeelden, in de constructie van ons wereldbeeld, in de keuze van een eigen godsbeeld naargelang onze eigen context. Na het inzicht volgt de overtuiging en na de overtuiging volgt het ernaar ‘leven’, altijd maar meer en meer, dieper en dieper, met vallen en opstaan. 

Ervaren: en dan zijn er de factoren die de beleving helpen, wierookgeuren, samenzang, aanvoelen van hechte kameraadschap, een ongelofelijke prestatie, prachtige natuurervaringen, muzikale ontroering, een ontluikend kind. Ervaringen die ons doen opgaan in een groter geheel als een onooglijk klein, maar onmisbaar deeltje. Het maakt ons nederig en dankbaar, het wekt eerbied en besef dat we allemaal uit hetzelfde hout gesneden zijn. Mededogen met al wat ons omringt is het resultaat.

Maar wat geloof je dan? Het antwoord maken we zelf, misschien kan het bovenstaande ons helpen. Het laatste woord is uiteraard niet gezegd. Twee slotparagrafen wil ik hier nog aan toevoegen.  

Religieuze therapie

Wanneer we religiositeit als een kracht zien, een menselijke eigenschap om beter gewapend te zijn tegen het kleine en/of grote lijden dat nu eenmaal bij het leven hoort, dan zouden we de neiging kunnen hebben om ‘geloven’ als een therapie te beschouwen naast de vele andere therapieën die mensen helpen om existentiële of traumatische pijnen te boven te komen. Nochtans is er een duidelijk onderscheid tussen geloven en therapie. Een therapeut kijkt in de ziel van een ander en gebruikt allerhande psychologische technieken om de cliënt te helpen. De eigen gemoedstoestand van de therapeut speelt geen rol in dit proces en hij gaat zich al zeker niet met de cliënt vereenzelvigen. Bij religiositeit probeert de mens in zijn eigen ziel te kijken in de hoop te mogen ervaren dat alle mensen in hun diepste zijn hetzelfde zijn. Dat zou moeten leiden tot een weergaloos mededogen met de andere mensen en ‘al wat is’, wat op zijn beurt gelukkig maakt.

Het kijken in eigen ziel vraagt inzicht en een doorgedreven training die al eeuwenlang door religies aangebracht wordt. Dit leidt tot een volwassen levenshouding die getuigt van een enorme nederigheid, gepaard gaande met een overweldigende bewondering voor al wat is en een blijdschap daarvan deel te mogen uitmaken. Deze levenshouding helpt ons in de confrontatie met ‘de tegenslagen des levens’. Wanneer we in zak en as zitten, helpt het niet om rap even onze religiositeit aan te boren. De depressie, de angst of welk psychologisch probleem ook, is te groot daarvoor en vaak kan therapie ons er nog bovenop helpen. Wanneer het na therapie beter gaat, kan geloven helpen om het zo te houden. Geloven is een soort nulde lijn in de geestelijke gezondheidszorg. Maar ook hier is geen strikt onderscheid, de toepassingsgebieden van psychologische therapie en geloven raken elkaar en vloeien in elkaar over.

Religieuze verantwoordelijkheid

In het zoeken naar zingeving vervalt meer en meer de rol van de kerk. Dit heeft ze deels aan zichzelf te danken door onvoldoende met de tijd mee te evolueren zowel op het vlak van geloofsinhoud en ethiek als op het vlak van een democratische structuur. Maar een bijkomende reden is dat eigentijdse zingevingsmodellen minder nood hebben aan (machts-)structuren. Zingeving is per definitie een individuele aangelegenheid. We kunnen de andere geen zin ‘opleggen’, net zoals we de gevoelens van andere mensen niet kunnen dicteren. Religieuze gevoelens laten meespelen in het zoeken van zingeving is niet eenvoudig, omdat het ingaat tegen de aangeboren ego-intentionele overlevingsdrang van het individu.

Eigentijdse ‘zinvinders’ hebben in het ‘vinden’ veel tijd en energie gestoken, zijn tevreden tot een zeker resultaat gekomen en hebben daardoor een basis waarmee ze hun verdere leven zin kunnen geven. Maar de moed om hun inzichten door te geven, ontbreekt meestal. Niet omdat ze hun vondst voor zich willen houden, maar omdat de juiste woorden vinden zo moeilijk is, een onbegonnen taak lijkt. Uiteraard, want uiteindelijk gaat het nog altijd om zeer complexe zaken en individuele gevoelens, waarbij ervaren minstens zo belangrijk is als begrijpen.

En toch, daar waar alle mensen in deze stresserende tijden veel baat zouden hebben bij het aanboren van hun religieuze mogelijkheden, is het niet iedereen gegeven een individueel eigentijds zingevingsmodel te ontwikkelen. Het is dus van groot maatschappelijk belang dat ook de mensen, die niet in staat zijn als individu zin te geven aan hun leven, toch hun religieuze ervaringen leren benutten. Het zou jammer zijn datgene wat ons bij uitstek in het leven veerkracht kan geven, zomaar te verwaarlozen. Het blijft belangrijk dat eigentijds geloven aangereikt en aangeleerd wordt. Door wie of wat? Het is een grote verantwoordelijkheid, niet alleen voor de bestaande religieuze instellingen, maar voor allen die eigentijds geloven. Het uitdragen van geloof is inherent aan het geloof, vanuit een grote bekommernis voor Alles en Iedereen.

Meer weten?

 

         over de biologie van religiositeit:

Newberg Andrew en d’Aquili Eugene, Waarom God niet verdwijnt, Het
Spectrum 2002, 
ISBN 9027474869

         over kwantummechanica en biologie:

Al-Khalili Jim en Mc Fadden Joe, Hoe leven ontstaat, 2015, Atlas
Contact, 
ISBN 9789045029306

         over eigentijdse godsbeelden:

Smedes Taede, God iets of niets? 2016, Amsterdam University Press, ISBN
9789048533039.

De meeste citaten uit hoofdstuk 3 komen uit dit boek.

         over het Boeddhisme:

Libbrecht Ulrich, Boeddha en ik, 2006,Lannoo, ISBN 9020955241

De Wit Han, De lotus en de roos, 1998,Kok Agora/Pelckmans, ISBN
9028925430

         over religiositeit:

Bergé Johan, Een frisse kijk op religiositeit, 2010, Mens en Cultuur
Uitgevers, 
ISBN 9789077135242

Van Moer Wim, Atheïstische religiositeit, 2012, Amsterdam University
Press, 
ISBN 9789089644626

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan gaat u akkoord met deze instellingen.

Sluiten