Leven vanuit religiositeit

Babbelzoomcafé – 19/05/2021

Ginkgogroep nodigt je uit om deel te nemen aan een online-bijeenkomst via Zoom.

Na een korte inleiding gaan we in kleine groepjes met elkaar ervaringen uitwisselen over hoe jij denkt over het leven vanuit religiositeit. Met respect voor ieders mening laten we het niet tot een discussie komen, maar we luisteren en stellen elkaar vragen ter verduidelijking.

Deze zoomsessie gaat door op woensdag 19/05 van 20.00 u. tot 21.30 u. Iedereen is welkom, zeg het verder aan vrienden en kennissen. Deelname is gratis.

Hieronder vinden jullie vier teksten die het onderwerp behandelen vanuit een verschillende invalshoek. Deze teksten dienen ter inspiratie en kunnen, indien nodig, gebruikt worden om het debat op gang te trekken.

Inschrijven doe je per mail naar ginkgogroep@ginkgogroep.be ten laatste op zondag 16/5 met vermelding van je naam en adres. Daarop sturen we je tijdig een bevestigingsmail met zoomlink.

Uiteraard hopen wij ook op jouw deelname,

Ginkgogroep.

www.ginkgogroep.be

Tekst 1: Leven vanuit religiositeit

Leven vanuit religiositeit is een volwassen levenshouding die getuigt van een enorme nederigheid, gepaard gaande met een overweldigende bewondering voor al wat is en een blijdschap daarvan deel te mogen uitmaken. Het is geen evidentie, net zoals liefde dat niet is, maar een voortdurend proces van vallen en opstaan, van groeien en bloeien. Met de eigenschap religiositeit ben je geboren, maar zoals bij alles moet je oefenen, ervaren en inzicht verwerven in het mechanisme om het te kunnen laten bloeien.

Voor mij is de kerngedachte van religie de andere graag zien. De ander graag zien kan je doen uit ethische overwegingen, of omdat het je opgedragen wordt, maar je kan het ook doen vanuit de kracht van religiositeit om jezelf te overstijgen en je één te voelen met het grote geheel, het Al, dus ook de ander en ‘moeder aarde’. De pijn en de vreugde van de ander wordt de mijne en inzicht toont mij dat we allemaal in ons diepste wezen goddelijk zijn, ook als het even niet zo lijkt.

Dit klinkt misschien abstract en hoogdravend, maar het kan ook praktischer. Wanneer ik leef vanuit religiositeit en het op een concreet ogenblik moeilijk heb met mijn partner, dan weet ik dat ik op dat ogenblik even vergeet dat hij of zij goddelijk is. Dit weten, die religiositeit, leidt tot zorg voor mijzelf, voor die ander, voor alle anderen en voor ‘moeder aarde’.

JB

Tekst 2: Leven vanuit religiositeit – op zoek naar het ware mensbeeld

Religie daagt de mens uit tot een antwoord op de grote problemen van het bestaan, met name het lijden (in vele vormen), het kwaad (in vele gestalten) en de onvermijdelijkheid van de dood. Religie biedt een specifieke manier van omgaan met wat we ‘de drama­tiek van het menselijk bestaan’ kunnen noemen. Deze is gelegen in de onontkoombare ambivalentie van de gegeven werkelijkheid waarop wij alleen maar een spiri­tueel antwoord kunnen geven. Daarmee staat de specificiteit van de religieuze zinge­ving haaks op de voluntaristische overmoed van de moderniteit.

Van­daag de dag wordt het christendom in de westerse wereld met een heel andere con­text gecon­fronteerd dan in de eerste eeuwen van onze tijdrekening, met name deze van het mili­tante athe­ïsme, het biogenetisch deter­minisme, het wetenschappe­lijk positi­visme, het eco­no­misch materialisme en de fi­lo­sofie van de individuele zelf­ontplooiing. In onze secu­liere samenleving gaat het niet meer over de vraag welke godsdienst de ware of de beste is maar over het mensbeeld waaraan we ons kunnen spie­ge­len om ons te oriënteren.

Voor christenen beli­chaamt de Je­zusfiguur een mensbeeld dat in alle opzichten transcen­dent is ten op­zichte van het modernisti­sche pan­theon van sterren, mo­dellen, ve­detten, idolen en afgo­den. In con­frontatie met de cultuur van de mo­der­niteit kunnen we stellen dat de Jezusfiguur de belichaming is van wat ‘het ware mensbeeld’ kan genoemd worden. Jezus is de mens die zijn levensbe­stemming niet vindt in egocentrische zelfontplooiing maar in on­voorwaardelijke liefde en radicale dienst­baarheid. Mijn geloof in Jezus berust op wat hij als mens onder de mensen heeft verkondigd en voorgeleefd. In zoverre religie gedefinieerd kan worden als ‘openheid voor transcendentie’ is de Jezusfiguur daarvan de incarnatie.

DVH

Tekst 3: Leven vanuit religiositeit, ingeboren menselijk

Bij de geboorte wordt de mens vooral fysiek geboren, maar mèt tal van potentialiteiten, die nog doorheen het leven ontwikkeld kunnen worden: intellectueel, ethisch, sociaal, cultureel … . Dat wij zo kunnen uitgroeien tot zelfbewuste mensen op basis van ons genetisch materiaal, vanuit de stimulansen van onze omgeving en met onze eigen wilskracht als innerlijke motor, is voor mij wonderlijk.

Naast de verwondering over het mysterie van het heelal en van de natuur word ik dus getroffen door het mysterie dat de mens is: dat er in elke mens iets meegegeven is dat ons niet alleen uiterlijk, maar ook (en misschien vooral) innerlijk een identiteit geeft. Deze innerlijke identiteit kan elke mens enkel van zichzelf (misschien) ten gronde kennen, maar we stoppen die vaak weg achter onze uiterlijke identiteit. Broeit er immers niet in elk van ons een innerlijke energie waar we ons van bewust kunnen worden. Vooral anderen maken ons hiervoor wakker als ze ons uitnodigen tot groeien en bloeien. Deze ingeboren mogelijkheid noem ik religiositeit. En tegelijk bedenk ik dan: wat is er innerlijk in mijzelf wakker geroepen doorheen mijn leven.

Ik ervaar mijn leven als ‘verzet en overgave’ (naar de woorden van Dietrich Bonhoeffer). Van jongs af aan ben ik sterk geraakt door klein en groot onrecht dat voor mij staat, door de verlammende macht van systemen, door de brutaliteit die mensen elkaar aandoen, door de onmacht in het gevecht van mensen dat hopeloos uitdraait op ontgoocheling, verbittering, levensverlies. En dàn kom ik in ‘verzet’ tegen alles wat dégoutant en verlammend is – in mijn jonge jaren zelfs fysiek, nu meer in doordachte woorden of met een stille maar veelzeggende houding. Zonder te willen wijken, waardoor mijn gelukkig zijn wel eens op de helling stond.

En tegelijk ben ik meermaals door de levensloop bijna verplicht geweest om heel bewust te besluiten ‘om het verzet los te laten zonder het echt los te laten’: innerlijke ‘klimaatverandering’ om het ‘klimaat’ tussen mensen en met mezelf te veranderen. Overgave zonder te resigneren, zonder nog weg te lopen … Het leken telkens keuzes voor mezelf, voor zelfbehoud, en dat is het ook en toch ook weer niet.

Als ik die dubbele beweging bij anderen merk, word ik diep van binnen ontroerd. Dan stel ik me de vraag: vanwaar komt dit? Waar en hoe ontspringt dit? Deze energie van verontwaardiging overkomt mij, is geen verdienste van mezelf. Is het dat niet wat religiositeit is? Waarmee ik in mijn keuzes bewust en onbewust ben omgegaan, waardoor ik die religiositeit mijn ‘spiritualiteit’ heb leren noemen? Als ik eerlijk ben met mezelf, ben ik dat ‘verzet’ en ‘overgave’ aan mezelf verplicht.

MB

Tekst 4: Leven vanuit religiositeit, verankerd in de verwondering om het bestaan

Mijn levenshouding is geworteld in een doorleefde ervaring deel te zijn van en opgenomen in een alomvattende werkelijkheid, als een ‘nietig plusje in de wind’. De kosmos, de wereld, het leven verbaast en verwondert mij tekens opnieuw. Waarom is er ‘iets’ en niet gewoon ‘niets’? Ik ervaar het heelal, de hele schepping met zijn vele raadsels als één groot dynamisch wordingsproces, een energiestroom die rusteloos zijn bedding zoekt. Overal merk je wel barsten en breuken, is er aftakeling en verval, ziekte en dood. Maar toch is er ook overal harmonie en geen chaotische wanorde , zijn er vaststelbare wetmatigheden. Het heelal lijkt doelgericht te zijn, het hele kosmische gebeuren lijkt een onvoltooide symfonie die toch ergens gedirigeerd wordt. Het is mijn intuïtief aanvoelen dat dit kosmische gebeuren zijn eigen orde niet kan voortbrengen noch zelf kan waarborgen. Er moet een oproepende, mysterieuze Kracht bestaan die dit heelal en de mens ‘verlokt’ en onophoudelijk uitnodigt om mee te evolueren en te groeien in verbondenheid, in gerechtigheid en solidariteit, in mededogen en liefde.

Die mysterieuze ‘verlokker’ wil ik graag benoemen met de naam ‘God’, een symboolnaam voor een transcendente, allesomvattende Werkelijkheid die alle menselijk begrijpen te boven gaat. God is voor mij evenwel geen op zich staand wezen of entiteit, geen zijnde onder de zijnden en dus geen persoon. Maar omdat het persoon-zijn de hoogste relationele bestaansexpressie is in deze wereld , is de metafoor van God als persoon voor mij aanvaardbaar en het meest aangewezen en krijg ik aansluiting met de ontmoetbare God van de bijbel. ‘Bij U, ik ben altijd bij U… Al wordt mijn lichaam afgebroken, als sterft mijn hart, U bent mijn rots, de toekomst die op mij wacht…’

Zo’n Tegenover vormt de bedding van mijn opstaan en slapengaan: steeds weer zoeken mijn ogen naar U..

LH

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan gaat u akkoord met deze instellingen.

Sluiten