Samenleven met gezond verstand

Loobuyck, P. (2017). Samenleven met gezond verstand (Dutch Edition) (01 editie). Antwerpen: Uitgeverij Polis.

ISBN 9789463102711

Recensent: Johan Bergé, Januari 2020

Patrick Loobuyck beschrijft in zijn boek volgens welke principes een samenleving politiek georganiseerd moet worden om harmonisch te zijn. Hij steunt daarbij op Rawls en het politiek liberalisme dat een onderscheid maakt tussen de houding van het individu enerzijds en die van de overheid anderzijds. De overheid moet zich levensbeschouwelijk neutraal opstellen. De burgers daarentegen stellen zich redelijk op en respecteren elkaars rechten (zijn tolerant). Vrijheid en gelijkheid de norm van het politiek liberalisme, waarbij iedere mens gerespecteerd wordt als inrichter van zijn leven. Diversiteit is een prijs voor vrijheid, een vrijheid die zijn grens kent in de gulden regel: doe nooit aan een ander wat je zelf niet wilt aangedaan worden.

Vrijheid en gelijkheid zijn onlosmakelijk verbonden met een neutrale overheid. Een neutrale overheid is niet hetzelfde als een tolerante overheid en vandaar is de neutrale overheid verplicht om racisme en discriminatie tegen te gaan. In die zin kan een overheid geen hoofddoekenverbod opleggen, maar wel een verbod op alle religieuze tekens. Ook groeperingen, al dan niet religieus, die de democratie bedreigen, kunnen buiten de wet gesteld worden. De islam heeft een moeilijke verhouding met de uitgangspunten van het politiek liberalisme en een seculiere evolutie zal moeilijker zijn dan de secularisatie van het katholicisme omdat de islam van bij de oprichting een politiek instrument was. Daarbij komt dat de Koran een groter gezag heeft dan de Bijbel omdat God er zich in openbaart, terwijl Hij zich in het christendom openbaart in de figuur van Jezus (p. 132).

In het vijfde en laatste deel gaat het over de niet te minimaliseren problemen met migranten in onze samenleving. Eigenlijk is hoe men zich voelt (Vlaming, Marokkaan of ….) minder belangrijk. Als men zich maar vanuit de eigen identiteit engageert voor een vreedzaam samenleven. De sfeer is verhit, besluit Loobuyck, en dus niet bevorderlijk voor wie ons samenlevingsmodel (liberale democratie) genegen is. Maar dit mag geen alibi zijn om de handdoek in de ring te werpen. Je kunt nieuwkomers niet dwingen om zich hier thuis te voelen, maar je kunt de zaken zo organiseren dat ze zich ertoe uitgenodigd voelen.

Ik wil mij focussen op het vierde deel ‘Gemeenschap en solidariteit’ waarin Loobuyck zegt dat naar zijn aanvoelen de consensus van Rawls slechts een minimale en noodzakelijke voorwaarde is maar dat je in een samenleving ook een verbindende factor nodig hebt, een sociale cohesie, een gevoel van lotsverbondenheid (p.151). Enkele bladzijden verder: ‘Het wij-zij-denken maakt deel uit van een ‘natuurlijke’ manier van denken, die we tot op vandaag in ons evolutionair rugzakje meedragen als een ‘natuurlijk ingeslepen’ groepsdenken (p.164)’. Loobuyck stimuleert groepsdenken en in een volgende stap natievorming en doet een beroep op de evolutietheorie om dat te verantwoorden. Democratie, herverdeling en solidariteit zijn progressieve collectieve idealen die onder druk komen te staan door globalisering, vrije markt en diversiteit. Met die diversiteit wordt graag gekoketteerd door andere liberaal progressieve burgers, opinie- en beleidsmakers vanuit een aversie tegen het wij-zij-denken (p.172). ‘Om uit het dilemma te raken en solidariteit toch met diversiteit te combineren, is het nodig om als samenleving bijzondere aandacht te hebben voor inclusie en voldoende zorg te dragen voor een gemeenschapsgevoel…een nationale identiteit…vaderlandsliefde (p.173-174)’. In de daaropvolgende bladzijden wordt erkend dat niet alleen de natiestaat, maar ook grotere gehelen als Europa en de ‘ganse wereld’ een onderling grotere solidariteit kunnen gebruiken, maar dit wordt moeilijker omdat ze geen gedeelde cultuur ervaren. ‘Mensen zijn niet van nature kosmopolieten. Ook dat vraagt onderwijs en vorming (p.186)’.

Het boek van Loobuyck als verdediging van de liberale democratie is zeer interessant en goed gedocumenteerd. Met het promoten van het groepsdenken ligt het moeilijker. Hieronder probeer ik beknopt te duiden waarom.

Mensen  staan in relatie met hun partner, het gezin, de wijk, de gemeente, de provincie, het gewest, de natie, het continent en de wereld. Maar ook met vrienden, mensen op de werkvloer, op café enz. Als je overal een specifiek groepsdenken, een wij-zij-denken, moet bevorderen, sluit men telkens mensen uit waarmee op een ander niveau wel empathie nodig is. De geschiedenis toont aan dat wij-zij-denken alleen maar polarisatie in de hand werkt. Het is niet omdat iets evolutionair gegroeid is, dat het ook benadrukt en overbelicht moet worden. Het is tegenwoordig gebruikelijk om alles te verklaren met de evolutietheorie, om zijn eigen ideologische ideeën een sérieux te geven door ze ‘natuurlijk ingeslepen’ voor te stellen. De werkelijkheid zit altijd complexer in elkaar.

Neem nu het samenleven met gezond verstand. Zou het niet aangewezen zijn de natuurlijk ingeslepen gerichtheid op mezelf of op de groep waartoe ik behoor, de wij-gerichtheid, om te buigen naar een gerichtheid op de andere of op de andere groep. Net als bij Loobuyck, was voor mij het groepsgevoel (is niet helemaal hetzelfde als het groepsdenken) een evolutionair voordeel om te overleven en daarom hebben we die eigenschap in de loop der tijden ontwikkeld. Maar het afbakenen van de ‘groep’ tot een stam of een natie of wat dan ook heeft niets met evolutie te maken, maar met macht en manipulatie.

Mensen hebben een natuurlijk ingeslepen drang om te overleven, om vooruit te gaan in het leven, om nieuwe technologieën te ontwikkelen en noem maar op, een sterke ik-gerichtheid. Als daar geen rem op staat, gaan we overleven ten koste van de ander. Gelukkig hebben we ook een natuurlijk ingeslepen drang om die ik-gerichtheid om te buigen in mededogen en kunnen we harmonieus samenleven wanneer die twee menselijke eigenschappen in evenwicht zijn. Een teveel aan mededogen belemmert een maatschappij om zich te ontwikkelen. Een te weinig geeft vrij spel aan het egocentrisme en stelt mij tegenover de andere zonder pardon, ontwikkelt een wij tegenover zij, wat we steeds weer zien gebeuren, ook nu.

Het ombuigen van egocentrisme naar mededogend leven is een menselijke eigenschap, gegrift in onze hersenen, die ik religiositeit zou willen noemen. Religiositeit is de kracht die een transcendente ervaring kan veroorzaken, van waaruit we, mits opvoeding en levenslange vorming, een levenshouding kunnen ontwikkelen waarbij mensen zich innig verbonden (religare) weten met elkaar. Er moet een evenwicht zijn tussen ego-intentionaliteit en alter-intentionaliteit om een ‘gezonde’ samenleving te bekomen. Het gaat over verbondenheid met mensen zonder dat de groep gedefinieerd moet worden. Ik kan mij op deze wijze verbonden voelen met wie of wat ook. Het is een houding en die hangt van mij af, niet van de ander. Het gaat ook niet vanzelf, het is een menselijke eigenschap die – zoals andere eigenschappen – opvoeding en levenslange vorming veronderstelt.

Samenleven met gezond verstand zou kunnen lukken, niet door het groepsdenken te bevorderen, maar door een houding aan te nemen van mededogen, een empathie voor iedere mens ongeacht zijn afkomst en kleur. Wanneer je gebruik maakt van een eigentijdse interpretatie van religies, benut je de kracht die iedere mens van nature bezit om vredevol samen te leven. Kunnen religies dan niet leiden tot oorlog en geweld? Ja, religieuze en amoureuze gevoelens zijn zeer kwetsbaar en gevoelig voor manipulatie en toch ga je de liefde niet smoren omwille van mogelijk passioneel geweld? Een religie niet star interpreteren, aanleren en oefenen vraagt tijd, inleving, studie en inspanning. Maar het loont meer dan de moeite omdat je een evenwicht brengt tussen een natuurlijk ingeslepen ik-gerichtheid en een natuurlijk ingeslepen mededogen.

Met deze recensie hoop ik een dialoog te openen, kritische vragen te stellen wanneer men de natiestaat promoot als bindmiddel tussen mensen omdat dit gemakkelijk leidt tot een wij-zij-denken. Loobuyck heeft naar mijn gevoel gelijk wanneer hij stelt dat je naast de consensus uit de theorie van Rawls een verbindende factor nodig hebt, maar ik zie die liever ontstaan tussen mensen zonder onderscheid des persoons dan tussen afgebakende groepen. Het benutten en ontwikkelen van de natuurlijk ingeslepen drang om empathie en mededogen te tonen voor ‘de andere’ is immers niet te veronachtzamen.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan gaat u akkoord met deze instellingen.

Sluiten